Cognitieve psychologie
houdt zich bezig met al de psychische processen die te maken hebben met
zaken als begrip, kennis, herinneringen en geheugen, probleemoplossing
en informatieverwerking. Jung identificeerde acht cognitieve processen
als onderdeel van zijn theorie van de psychologische types.
Het persoonlijkheidstype heeft geen betrekking op de individualiteit of
het bereikte ontwikkelingsstadium, maar is een classificatie van de
cognitieve oriëntatie van de persoon. Deze kenmerken geven aan wat
waarschijnlijk als belangrijk in een situatie herkend wordt, wat het
voor iemand betekent en welke strategie gebruikt wordt om er mee om te
gaan.
Het persoonlijkheidsmodel van Jung levert een logische basis om op grond
van voorkeur voor bepaalde mentale processen mensen in te delen.
Het gaat Jung hierbij
uitsluitend om de Ego-positie en niet om biologische of aangeboren
componenten van de persoonlijkheid of patronen van het immateriële
Zelf.
Elke functie speelt een verschillende rol in de persoonlijkheid, deze
aspecten vertellen wat de basis vormt voor het menselijke gedrag.
Jung beperkte zich tot vier psychische functies, welke tijdens het leven
verder ontwikkeld of gedifferentieerd moeten worden. Zijn model
concentreert zich vooral op de dominante functie en gaat uit van de
ontwikkeling van de overige functies in een tegengestelde
gedragshouding, ter compensatie van de dominante functie.
Jung heeft ontdekt dat alle types, zowel introverte en extraverte
aspecten hebben.
Er is altijd sprake van dualiteit in de persoonlijkheid, want mensen
hebben een onderscheiden publieke en privé persona.
Het is dus niet juist om uitsluitend over Introverte en Extraverte types
te spreken, alsof elk type niet beide kanten heeft. Extraverte typen
investeren meer in de buitenwereld, waar de culturele kennis bewaard en
gewaardeerd wordt. Het introverte type richt zich meer op de
psychologische wereld, waar de archetypische menselijke kennis aanwezig
is.
Beide houdingen sluiten
elkaar uit, maar kunnen wel afwisselend overheersen. Een gedragshouding
is vaak relatief in te delen. Meestal is de houding in het bewustzijn
tegengesteld aan de houding in het onbewuste als compensatie. De
onbewuste houding is vaak minder ‘geremd’.
Mensen die introvert zijn hebben de neiging hun hulpfunctie naar buiten
toe te tonen, omdat de dominante functie intern gebruikt wordt. Wat dus
waargenomen wordt is dus niet altijd de belangrijkste functie.
Jungs persoonlijkheidstypes zijn niet gebaseerd op waarneembare
kenmerken en gedrag.
De structuur van het type is verborgen achter de verzameling van
eigenschappen en gedragingen en kan aan de hand hiervan afgeleid worden.
De vierdeling van de
universele archetypen in de mens, Vuur Water, Lucht en Aarde
worden door C.G.Jung vertaalt naar de Intuïtie, Gevoel,
Denken en Gewaarworden functies. Dit betreft geen
energetische indeling of de hiërarchische indeling van Geest,
Intellect, Emotie en Lichaam, maar de vier verschillende cognitieve
ego-oriëntaties.
De overwegende functie in het bewustzijn is volgens Jung van invloed op
de karakterstructuur. Wanneer ‘denken’ de hoofdfunctie is, is het
‘voelen’ de minst bewuste functie en omgekeerd. Dit geldt ook voor
de andere tegengestelde functies ‘gewaarworden’ versus ‘intuïtie’.
Een mens heeft een superieure cognitieve functie, waar de voorkeur aan
gegeven wordt en het best ontwikkeld is. Er is een secundaire functie,
welke bewust is en gebruikt wordt ter ondersteuning van de superieure
functie.
De tertiaire functie is iets minder ontwikkeld en nauwelijks bewust. De
inferieure functie is nauwelijks ontwikkeld en zodanig onbewust, dat het
bestaan wordt ontkend.
Deze functie is de poort naar het persoonlijke en collectieve onbewuste en is voor het bepalen van het constitutiemiddel van hoogste waarde. Introspectie is de manier om de verdrongen functie te leren kennen. De inferieure, of verdrongen functie werkt in het onbewuste, deze kan fascineren en overvallen, maar staat los van het bewustzijn. De schaduwfiguur bezit hem vaak, maar ook de animus of anima.
De overheersende functie
is niet het gevolg van een aangeboren dispositie, maar het gevolg van de
wil. Hierbij kan men de aangeboren tendensen negeren, omdat men in een
gegeven situatie andere keuzes waardevoller kan vinden dan onmiddellijk
comfort en plezier.
Het temperament is gekoppeld aan de dominante functie. Meestal zijn
één of twee functies ontwikkeld, maar het uiteindelijke doel zou
moeten zijn dat alle vier ontwikkeld worden.
Extremen in deze persoonlijkheidstypen kunnen zich voordoen indien het
bewuste deel overontwikkeld is en de onbewuste tegenpool
onderontwikkeld. Meestal zullen alle functies en houdingen ontwikkeld
zijn, maar de ene sterker dan de andere. Een hulpfunctie is daarbij
nooit in strijd met de hoofdfunctie.
Dat deel dat onbewust is, kan niet geïndividueerd worden en blijft dus
in een primitief stadium. Pathologische beelden kunnen tevens ontstaan
als gevolg van een sterke verdringing.
De Myer-Briggs en
Socionics typologieën zijn variaties op het psychologische model van
Jung. Deze indelingen benadrukken als toevoeging op Jung ook het belang
van de secundaire functie. Deze definiëren de combinaties van de 4
psychologische functiehoudingen E/I, S/N, T/F, J/P, en stellen van
daaruit 16 persoonlijkheidstypen samen.
De psychische motivatie hoort hier niet bij, dit in tegenstelling met
het typenmodel van Jung dat de innerlijke mentale processen beschrijft.
Harold Grant heeft onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de
functie-houdingen, waaruit is gebleken dat de dominante functie zich
gemiddeld ontwikkelt op de leeftijd van 6 tot 12, de secundaire van 12
tot 21, de tertiaire van 21 tot 35 en de inferieure functie van 35 tot
50 jaar.
Hierbij blijkt een duidelijk patroon te bestaan; de secundaire en de
inferieure functie ontwikkelen zich in tegengestelde houding ten
opzichte van de dominante functie, terwijl de tertiaire functie zich in
dezelfde houding ontwikkelt.
Wanneer de dominante functie geaccepteerd is en goed begrepen wordt, zal
uiteindelijk de inferieure functie ontwikkeld worden. De ontwikkeling
van deze tegengestelde functie vereist de erkenning dat de ontwikkeling
nog niet compleet is. Om deze reden is de ontwikkeling en integratie van
deze functie moeilijk en wordt vaak verwaarloosd.
Psychologische typen:
1. Houdingen:
Extraversie/ Introversie.
Objectief: gericht op de buitenwereld.
Subjectief: innerlijke besloten wereld, niet
rechtstreeks toegankelijk voor het bewustzijn.
Extraversie:
De psychische energie wordt gericht op de objectieve buitenwereld, zoals
mensen, activiteiten uit de omgeving. De extravert is op de buitenwereld
gericht en past zich gemakkelijk aan, ook legt hij gemakkelijk contacten
en redt zich beter in een nieuwe situatie. De extravert is vaak
avontuurlijk ingesteld. Anderzijds kan hij zich wel eens ondoordacht in
een avontuur storten en zich te weinig afvragen wat iets wezenlijk voor
hem betekent.
Hij reageert op en leert van zijn ervaringen met de buitenwereld, is
objectgericht.
Introversie:
De psychische energie wordt gericht op subjectieve psychische structuren
en processen. De gerichtheid op de eigen binnenwereld maakt dat men
gemotiveerd wordt door innerlijke overwegingen en subjectieve zaken.
De uitgesproken introvert is vaak teruggetrokken op zichzelf, maakt een
aarzelende indruk en is defensief ingesteld. Hij kan daardoor de indruk
maken ‘saai’ te zijn.
In kleine kring en in de vertrouwde omgeving komt hij het best tot zijn
recht. Hij houdt niet van veranderingen. Anderzijds kan in zijn
kleurrijke binnenwereld van alles aan de hand zijn.
Hij leert dan ook voornamelijk van de eigen bespiegelingen en
overwegingen, wordt in zijn gedrag voornamelijk door subjectieve
factoren geleid.
2. Functies:
Intuïtie - Ervaringsfunctie, die optreedt zonder tussenkomst van
het denken. De prikkel is onduidelijk. Deze functie is irrationeel, dat
wil hier zeggen buiten het terrein van de logica. Dit is niet hetzelfde
als onlogisch, het stoelt vaak op empirie. De rationele functies zijn
meer oordelend. .Intuïtie is een proces van steeds bewust worden van
abstracte gegevens, zoals symbolen, conceptuele patronen en
betekenissen. Het is een instinctief ‘weten’ wat iets betekent, hoe
het betrekking heeft op iets anders, of wat er kan gebeuren. Het laat
tevens weten wat we met iets kunnen, welke mogelijkheden het in zich
draagt. Dit wordt ook wel het ’zesde zintuig’ voor verborgen
mogelijkheden genoemd. .Soms ontstaat dit proces door een externe
gebeurtenis, of lijkt deze abstracte informatie zich direct te
presenteren in het bewustzijn. Intuïtie berust op een innerlijke
waarneming vanuit het onbewuste. Het geeft vooral een beweging aan en
legt verbanden. Iemand bij wie intuïtie de primaire functie is, is veel
bezig met toekomstplannen en mogelijkheden. Hij heeft een levendige
fantasie.
Een valkuil hierbij is dat hij met te veel dingen tegelijk bezig is en
niets afmaakt.
Voelen
- Evaluerende functie, waarbij een denkbeeld wordt verworpen of aanvaard
naar gelang dit denkbeeld prettige of onprettige gevoelens oproept.
Voelen is een proces van het maken van evaluatie, op basis van hoe
belangrijk iets voor ons is, waarbij de persoonlijke, interpersoonlijke
of universele waarden als richtlijn dienen.
Hier wordt onder voelen verstaan, het geven van een subjectief oordeel,
een waardeoordeel; een subjectieve evaluatie van wat iets voor ons
betekent.
Dit is een rationeel aspect en in deze zin kan voelen een koude
aangelegenheid zijn.
Voelen moet vooral niet verward worden met emotionaliteit (affectie).
Iemand die voelen als primaire functie heeft komt tot een keuze op
strikt persoonlijke, subjectieve grond. Er wordt rekening gehouden met
allerlei persoonlijke en sociale omstandigheden, veel waarde gehecht aan
intimiteit, goede harmonie en sfeer.
Denken
- Intellectuele functie, het verbandleggen tussen verschillende
denkbeelden, met het doel tot een algemeen begrip of tot oplossing van
een probleem te komen.
Denken is een proces van evaluatie en het maken van beslissingen op
basis van objectieve criteria. Met het denken bedoelen we hier het
toepassen van kennis. Met behulp van dit proces kunnen we ons losmaken
van onze waarden en gericht zijn op het nemen beslissingen op basis van
principes. Het onderscheid op basis van criteria of objectief bepaalde
normen, analyse op basis van beginselen, logica, en oorzaakgevolg
redenering zijn allemaal voorbeelden van het gebruik van het cognitieve
denkproces.
Het leert ons wat iets is, deze functie is rationeel, oordelend.
Wanneer iemand van het denktype tot een keuze moet komen probeert hij
objectieve, onpersoonlijke maatstaven te hanteren. Hij is principieel,
heeft vaak politieke interesse en kijkt naar criteria en wetten en is
goed in het analyseren van een situatie.
Gewaarworden -
Zintuiglijke functie met alle bewuste ervaringen, die het gevolg zijn
van informatie van de zintuigen en het lichaam, waarbij de prikkel
direct herkenbaar is.
Gewaarworden is een proces van steeds bewust zijn van zintuiglijke
informatie.
Vaak gaat het reageren op deze zintuiglijke waarneming zonder enige
beslissing of evaluatie hiervan. Zintuiglijke informatie is concreet en
tastbaar van aard.
Door onze zintuigen weten we dat iets bestaat. Deze functie is
irrationeel, bij het gewaarwordingsproces ligt de nadruk op de
werkelijke ervaring, de actuele feiten en de gegevens. Als een actief
gewaarwordingsproces is het meer dan de stimulatie van de vijf
zintuigen. Het is de waarneming van de prikkel en actief betrokken
worden op de concrete realiteit van een situatie of een actieve
reflectie naar herinneringen van bekende ervaringen. Iemand waarbij dit
de primaire functie is, ziet zichzelf als een realist, hij leeft in het
hier en nu. Belangrijk zijn voor hem ervaring en geschiedkundige feiten.
Hij is goed in het aanbrengen van ordening, een ‘no-nonsense’ type.
Uit de combinatie
van houdingen en functies ontstaat een model van acht
persoonlijkheidstypen:
1. Extravert Intuïtie (MBTI type: ENFP, ENTP)
2. Introverte Intuïtie (MBTI type: INFJ, INTJ)
3. Extravert Voelen (MBTI type: ESFJ, ENFJ)4. Introvert Voelen (MBTI type: INFP, ISFP)
5. Extravert Denken (MBTI type: ESTJ, ENTJ)
6. Introvert Denken (MBTI type: ISTP, INTP)
7. Extravert Gewaarworden (MBTI type: ESFP, ESTP)
8. Introvert Gewaarworden (MBTI type: ISTJ, ISFJ)
Extravert Intuïtie
- Tracht mogelijkheden te ontdekken van iedere objectieve situatie en
zoekt voortdurend naar nieuwe mogelijkheden in externe objecten.
Verplaatst zich van het ene object naar het andere, om onderlinge
relaties te herkennen, patronen op te merken en de betekenis van deze
gegevens, daarbij gericht op mogelijkheden in de toekomst.
Extraverte intuïtie ziet zaken als verschillende mogelijke manieren die
de werkelijkheid vertegenwoordigen. Met behulp van dit proces, kunnen
veel verschillende ideeën, gedachten, overtuigingen en betekenissen
naast elkaar bestaan, met de mogelijkheid dat ze allemaal waar zijn. Dit
is het creatief integreren van verbanden en betekenissen. Er komt vaak
een dieperliggende kwaliteit door het gebruik van dit proces naar boven.
.Een nieuwe strategie of concept komt op, gebaseerd op de
hier-en-nu-interactie, welke hiervoor als geheel onvoorstelbaar was.
Extraverte intuïtie geeft de bewustwording dat er altijd andere
mogelijke zienswijzen zijn, omdat elk probleem of situatie zoveel
verschillende kanten heeft.
Introvert Intuïtie
- Tast de mogelijkheden af van mentale verschijnselen vooral van beelden
die uit het archetype stammen. Verplaatst zich van het ene beeld naar
het andere, voorzien van gevolgen, conceptualiseren en het zien van
toekomstbeelden of diepere betekenissen. Introvert intuïtie heeft vaak
een waarneming hoe dingen zullen zijn. De details kunnen iets wazig
zijn, maar wanneer men afstemt op dit proces is er een gevoel van hoe de
zaken zullen worden. Met behulp van dit proces, is men vaak in staat een
beeld of idee te hebben van wat er zal gebeuren, zonder dat er al
toegang tot alle feiten en gegevens is.
Soms is er het besef van wat er gebeurt, ook wanneer er geen
zintuiglijke gegevens zijn om op af te gaan. Andere keren dat Introverte
intuïtie werkt, is wanneer we een concept begrijpen of het hele plan,
patroon, theorie of uitleg doorzien. Het zijn de soort beelden die ons
tijdens en afgezonderde, meditatieve toestand, of in dromen helpen iets
diep te begrijpen.
Soms zijn deze beelden symbolisch. Bij het gebruik van dit proces,
focussen we ons waarschijnlijk op iets in de toekomst of op een
universeel patroon. Deze informatie kan vervolgens worden gebruikt om
een beslissing te maken. Introvert intuïtie synthetiseert een
schijnbaar paradoxale of tegenstrijdig probleem of situatie naar een
oplossing van een nieuw niveau. Met behulp van dit proces zijn er
momenten, waarop een volledig nieuwe ingeving opkomt. Er is een
loskoppeling van de omgeving, gevolgd door een plotselinge beleving.
Deze inzichten lijken van de psyche afkomstig zijn en hebben een sterke
mate van zekerheid en een daardoor dwingende noodzaak deze om te zetten
naar daden.
Extravert Voelen - Gebonden aan externe en objectieve criteria, aanvoelen of iets mooi of lelijk is n.a.v. conventionele en behoudende maatstaven. Rekening houden met anderen en op hen reageren. Het Extravert voelen proces wordt gebruikt met betrekking tot bepaalde mensen en situaties en heeft daarom een meer ‘hier en nu’ dan een universele, toekomst of verleden gerichte kwaliteit. Wanneer specifieke mensen uit onze aanwezigheid of bewustzijn zijn, kunnen we ons aanpassen aan nieuwe mensen of situaties. Dit proces helpt de sociale interactie op gang te houden. Vaak houdt het proces van Extravert voelen een verlangen in om in contact te komen (of te verbinden met) anderen en wordt meestal uitgedrukt door een blijk van warmte (of ongenoegen) en zich openstellen. De sociale deugden, zoals beleefdheid, aardig en vriendelijkheid, zorgzaamheid en afgestemd op anderen zijn, wikkelen zich af rond het proces van Extravert voelen. Met behulp van dit proces, reageert men volgens de kenbare of zelfs onuitgesproken wensen en behoeften van anderen. Er kan geïnformeerd worden wat mensen willen of nodig hebben of zich dusdanig openstellen dat zij meer over zichzelf vertellen. Dit vormt vaak de aanleiding tot verder contact en geeft meer kennis, zodat het gedrag beter aan anderen aangepast kan worden.
Introvert Voelen
- Gebaseerd op subjectieve omstandigheden, oerbeelden uit de archetypen.
Origineel, uitzonderlijk creatief en soms bizar, omdat het zich niet
stoort aan de conventie.
Het evalueren van belangen en het behoud van congruentie. Het is vaak
moeilijk om woorden te verbinden aan de waarden die worden gebruikt in
relatie met Introvert voelen, omdat ze vaak meer in verband gebracht
kunnen worden met beelden en gevoelssfeer. Als cognitief proces, dient
het vaak als filter voor informatie die overeenkomt met wat gewenst en
gewaardeerd wordt. Het proces van Introvert voelen is actief, wanneer
een waarde geschonden wordt waarvan men vind, dat hiervan gewoon iets
gezegd moet worden.
Aan de andere kant, werkt dit proces meestal binnenin en wordt zelden
direct uitgedrukt. Daden zeggen hier vaak meer dan woorden. Dit proces
helpt ons te weten of mensen onecht of onoprecht zijn, of dat ze in
principe in orde zijn. Het is als een inwendige waarneming van de ‘essentie’
van een persoon of een project en het lezen van de ander, actie of
project met een fijn onderscheid van de klanksfeer. Wanneer de waarden
en overtuigingen van de andere persoon samenvallen met die van onszelf,
zijn we geneigd verwantschap met hen te voelen en de verbinding met hen
aan te willen gaan.
Extravert Denken
- Inductief denken, waarbij de denkbeelden afkomstig zijn, of ontstaan
door feitelijke informatie (objectief). Het object dat het denken
activeert is afkomstig uit de buitenwereld, d.m.v. prikkeling van de
zintuigen.Het organiseren, segmenteren, sorteren en de toepassing van
logica en criteria. Indeling, programmering en kwantificering maken
gebruik van het van het proces van Extravert denken. Het helpt ons bij
organiseren van onze omgeving en ideeën door middel van diagrammen,
tabellen, grafieken, enzovoort.Soms is het organiseren van Extravert
Denken meer abstract, zoals een kritische op- of aanmerking, welke wordt
gemaakt ter verbetering van het denkproces van de ander.
In de communicatie helpt Extravert denken ons de volgorde, of
organisatie van de logica van iemand anders gemakkelijk te volgen. Het
helpt ons ook op te merken, wanneer er iets ontbreekt. Over het algemeen
geeft het de mogelijkheid de vele aspecten van het leven in te delen,
zodat men in staat is om de gestelde doelen te verwezenlijken.
Introvert Denken
- Subjectieve denkwijze over de innerlijke wereld, belangstelling voor
denkbeelden zondermeer. Deductief denken, het zoeken in de buitenwereld
naar zaken die het denkbeeld staven (subjectief).
Het analyseren, categoriseren en uit vinden hoe iets werkt. Introvert
denken is vaak betrokken bij het vinden van de juiste woorden om een
idee kort en bondig weer te geven. Het gebruik van Introvert denken is
als het hebben van een inwendige waarneming van de essentiële
eigenschappen van iets; het onderscheid in wat iets maakt wat het is en
dit te benoemen. Daarnaast heeft het betrekking op het interne proces
van beredenering. die de subcategorieën van een classificatie en
sub-beginselen van algemene principes ontdekt. Deze kunnen vervolgens
worden gebruikt bij het oplossen van problemen, analyse of de verfijning
van een product, idee of concept.
Dit proces blijkt uit het gedrag, zoals het ontrafelen of uiteen nemen
van dingen of ideeën, om uit te vinden hoe ze werken. De analyse richt
zich op de verschillende kanten van een zaak en het zien, wanneer er
sprake is van tegenstrijdigheid.
Er is een zoektocht naar een optimale oplossing van problemen, met de
minste hoeveelheid werk of schade bij het aanpassen aan een systeem.
Extravert Gewaarworden -
Wordt bepaald door de aard van de objectieve realiteit, waarmee de mens
geconfronteerd wordt. Er is hierbij een rechtstreekse weergave van het
object. Beleving en inspiratie door de fysieke wereld, gericht op een
zichtbare reactie en relevante informatie. Er is een eenheid met de
ervaring, geen benoemen of beschrijven, slechts pure, levendige
ervaring. Het hele beeld komt vrijwel in een keer in het bewustzijn. Er
is hierbij een aantrekkingskracht om meer en meer op zoek te gaan naar
variatie in ervaring die de zintuigen intens prikkelen. Geestelijke
stimulatie, welke rijkelijk beschrijvend is kan ook Extraverte
gewaarworden oproepen. Het proces is kortstondig en gebonden aan de
gebeurtenissen van de onmiddellijke situatie. Het wordt gebruikt in het
hier en nu en het helpt ons te weten wat er echt in de fysieke wereld is
en hierop aan te passen. Extravert gewaarworden doet zich voor, wanneer
we zoeken naar informatie die relevant is voor onze interesses. We
zullen dan deze gegevens en feiten, zoals statistieken, de locaties van
objecten of namen in ons opnemen.
Er kan een actief zoeken zijn naar meer en meer informatie om het beeld
van het geheel compleet te krijgen, tot alle bronnen uitgeput zijn of
iets anders de aandacht opeist.
Introvert Gewaarworden -
Bepaald door de subjectieve realiteit van het ogenblik, sterk beïnvloed
door de psychische gesteldheid van de persoon en deze lijkt uit de
psyche zelf voort te komen.
Reflectie naar het verleden, het herinneren van gedetailleerde gegevens
en waar deze aan gekoppeld zijn. Gewaarworden betreft vaak het opslaan
van gegevens en informatie om deze vervolgens te vergelijken en te
contrasteren met de huidige vergelijkbare waarneming.
De directe ervaring of woorden zijn direct verbonden met de eerdere
ervaringen, waarbij men opmerkt dat er een onderlinge gelijkenis of
verschil is.
Introvert gewaarworden is ook actief als men iemand ziet die aan iemand
anders herinnert. Soms komt de gevoelssfeer die verband houdt met het
herinnerde beeld naar het bewustzijn, samengaand met de informatie zelf.
Hier kan het beeld zo sterk zijn, dat het lichaam reageert alsof het de
ervaring herbeleeft. Dit kan worden gezien als gevoelens van nostalgie
of een verlangen naar de gang van zaken van vroeger.