Miasma's (2)


Hahnemann verklaarde dat de ontvankelijk voor Psora ontstond door psychische stress, slechte voeding, slechte hygiëne en moeilijke leefomstandigheden, door invloeden en symptomen. Deze niet-miasmatische factoren verzwakken het immuunsysteem en verhogen de ontvankelijkheid voor infectieziekte. Maar een infectie kan alleen symptomen oproepen als er toch al een miasmatische predispositie aanwezig was, of in het geval de invloed opgedrongen wordt. Een verzwakking door zware omstandigheden legt bloot wat er in potentie toch al aanwezig was. Het is moeilijk vol te houden dat Psora in de menselijke constitutie geïntroduceerd is door een infectie. Psora is volgens Hahnemann de fundamentele oorzaak en brengt alle acute en chronische niet-venerale ziekten voort. Het is de échte fundamentele oorzaak voor chronische ziekte, waardoor ook de andere chronische miasma's in staat waren vat te krijgen op een organisme.

Psora zou volgens Hahnemann zo krachtig zijn, dat vrijwel iedereen voor de besmetting met dit miasma ontvankelijk is. In zijn boek 'Chronische ziekten' zegt Hahnemann over de verschijnselen en klachten van Psora: "Deze zijn verschillend naar gelang van de verschillen in lichamelijke constitutie van betrokkene, in zijn erfelijke aanleg, in verschillende fouten bij zijn opvoeding gemaakt, in zijn leefwijze en eetgewoonten, zijn bezigheden, zijn geaardheid, zijn zedelijk gedrag enz." Hahnemann zag het miasma dus gescheiden van de constitutie. Door dit universele, algemene en besmettingskarakter van Psora, ontbreekt een duidelijke verklaring voor de individualisering in de miasmatheorie van Hahnemann. Miasma's zijn beter op te vatten als specifieke, preëxistente, archetypische verstoringen van de levenskracht, los te zien van enige nosologische entiteiten.

Elk mens maakt zijn eigen ziekte, of beter gezegd hij vormt pathologie, zowel in zijn psychisch-mentale persoonlijkheid en zijn fysieke organisme, in overeenstemming met een onbewuste beperkende factor, welke veroorzaakt wordt door een dynamische miasmatische verandering van zijn levenskracht.

Deze ziekelijke, beperkende dynamische verstoringen (ziektekrachten) ontregelen het normaal functioneren van de levenskracht. Ze kunnen zich door de constitutie heen manifesteren en bepalen de aanleg, vorm, hoedanigheid en de ernst van het niveau van de ziekteprocessen, binnen die constitutie. Dit verklaart waarom er dus altijd individueel voorgeschreven moet worden.

Elke cel heeft 'individualiteit' en deze is gecodeerd in de genen. Deze genetische code is hetzelfde in alle cellen en bepaalt het karakter van het individu als eenheid. De genetische code is samengesteld uit twee delen; het specifieke en basis gedeelte. De specifieke code bevat informatie overgeërfd via de ouders over de soort en verworven karakteristieken als gevolg van reactie op de omgeving. Het tweede gedeelte is de basiscode, deze bevat informatie waar elke cel (of het nu menselijk, plant of dierlijk is) moet bezitten. Het vertegenwoordigt de code van functies welke elke cel moet uitvoeren.

Alles wat leeft moet zich regenereren en doet dit op een specifieke manier, volgens de volgende basisfuncties van elke cel:

  1. Homeostasis;
  2. Groei;
  3. Verdediging.

De universele hoofdmiasma's vertegenwoordigen de verstoorde extensies van deze functies.

Organisatie: -> Gebrek bij verstoring -> Psora.
Generatie: -> Excessen bij verstoring -> Sycosis.
Verdediging: -> Vernietiging bij verstoring -> Syfilis.

We leven in een drie-dimensionale wereld. Elk individu is hoofdzakelijk drie-miasmatisch.

Psorisch, Sycotisch en Syfilisch betekent niets meer dan een bepaalde tendens van de levenskracht.

Organon §9: "Als de mens gezond is heerst de spirituele levenskracht (autocratie), die als Dynamis het stoffelijke lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt. Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardige harmonische, levende werking, die zich uit in voelen en handelen, zó, dat de met verstand toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen voor de hogere bedoelingen van ons bestaan."

De miasma's zijn obstakels op de weg naar realisatie van ons spirituele mogelijkheden.

Daarom zijn de vorderingen die we maken in die richting, een teken van gezondheid, of vrijheid van miasma. Deze positieve aspecten van het menselijk gedrag zijn ook symptomen. Gezondheid en ziekte liggen wederzijds in elkaar besloten. Het zijn wisselende gezichten van één en dezelfde entiteit, twee kanten van dezelfde medaille: de individuele constitutionele toestand of archetypisch patroon. Ziekte is een geïntensifieerde respons op het leven, een crisis van aanpassing op omstandigheden, Er is geen verschil tussen een spontane en een pathologische genezing. Zolang we leven worden we genezen. Ieder pathologisch symptoom is een normaal fysiologisch proces, zij het in extreme vorm. Deze symptomen zijn dus manifestaties van het normaal functioneren van het organisme, ziekte is een tijdelijk intensivering van normale fysiologische functies, een aspect van het leven en niet van een totaal gescheiden lichaamsvreemde entiteit. De kwaliteit van een miasmatisch symptoom is 'afhankelijkheid, de essentie van een niet-miasmatisch symptoom is 'vrijheid'.

H. van der Zee gaat hierin nog een stap verder en ziet deze symptomen als tegenovergestelde uitingsvormen van hetzelfde fenomeen. Deze zienswijze heeft tot gevolg dat een progressie van Psora, Sycosis naar Syfilis niet altijd een degeneratie proces hoeft te betekenen, de positieve kwaliteiten van het individu kunnen ook toenemen.

Ziekte en daardoor miasma's ons in de weg staan bij de vervulling van de 'hogere bedoelingen van ons bestaan'. Maar na een goed doorgemaakte ziekte kan men in een betere gezondheidstoestand komen, dan voordien het geval was. In geval van ziekte moet er een nieuwe gezondheidstoestand bereikt worden, i.p.v. dat de oude hersteld wordt. Dus aan de ene kant is het zo dat ziekte ons hindert bij de vervulling van de 'hogere bedoelingen van ons bestaan' (wanneer de aanpassing niet gemaakt kan worden). Aan de andere kant is het tegenovergestelde ook waar: als de 'hogere bedoelingen van ons bestaan' niet vervuld kunnen worden, worden we ziek (wanneer we ons niet kunnen aanpassen). Het leven is een proces, de miasma's zijn steeds terugkerende fasen waardoor het leven verloopt.

Miasma zijn dus corrigerende energieën, die betrokken zijn bij het overwinnen van noodzakelijke obstakels gedurende het individuatie proces.

Als we blijven steken op een zeker punt van zo'n fase is er sprake van pathologie.

Hoe hoger een individu persoonlijk ontwikkeld is, of hoe verder het karakter van de huidige ontwikkelingsfase is, des de dieper ook de pathologie bij ziekte zal zijn, omdat de risico's op grotere hoogte evenredig met de groei toegenomen zijn. Hieruit volgt dat de ernst van de pathologie van Psora, naar Sycosis en naar Syfilis zal toenemen. Hahnemann heeft alleen de ziektestaat, de schaduwkant van de miasma's beschreven, maar niet de gezonde positieve kanten. Door de nadruk op de negatieve gevolgen van een infectie te leggen worden de miasma's als negatieve factoren bestempeld die overwonnen moeten worden, maar niet als mogelijkheden tot groei voor het individu.

Organon §2: "Het hoogste ideaal van genezen is een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van gezondheid, of wel de opheffing en vernietiging van de ziekte in haar gehele omvang, op de kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze, volgens goed begrijpelijke beweegredenen."

Zoals symptomen ons de werking van de levenskracht laten zien bij het herstellen van gezondheid, zo laten de chronische ziekten ons de werking van de miasma's zien bij het richting geven aan ons leven.

De pre-miasmale/zwevende gesteldheid (paradijs) is een toestand voor de incarnatie, of anders gezegd de pre-persoonlijkheid fase.
Kwaliteiten: onschuldig, vredig, begeerteloos, tevredenheid.
Pathologie: identiteitsloos, onbegrensd.

Tijdens de 'vertrekkende/ nostalgisch streven, (de verdrijving uit het paradijs)' fase Psora, leren we de wereld kennen en vormen we onze positie in relatie met deze wereld (persoonlijkheid).
Kwaliteiten: nieuwsgierigheid, initiatief, verwachting, kennis.
Pathologie: schaamte, onveilig.

Tijdens de 'neerdalende/ hopeloos verduren, (fixatie, geen uitweg)' fase, Sycosis, vinden we delen in ons zelf die we weggestopt hebben en niet bewust gebruiken, en brengen ze aan het oppervlak (schaduwkant).
Kwaliteiten: eerlijkheid, bescheidenheid, uithoudingsvermogen, medeleven, aanpassing, tolerantie, vriendschap, vergevingsgezind.
Pathologie: zelfverachting, kwade, slecht, gespleten.

Tijdens de 'stijgende/ hoopvol vechten, (dood-wedergeboorte strijd)' fase, Syfilis verenigen we onze tegengestelde delen en benutten we onze nieuw ontdekte kwaliteiten met onze wil en bewustzijn creatief (anima en animus). We ontdekkende spiritualiteit in ons zelf en leren verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld en gebruiken deze krachten ten gunste van iedereen.
Kwaliteiten: creatief, moed, altruïsme, verantwoordelijkheid, liefde, dienstbaarheid.
Pathologie: isolatie, zelfzucht, vijandigheid.

Tijdens de 'verzoening/ vervullende transformatie, (dood-wedergeboorte ervaring)' fase, Acuut miasma, vernietigen we onze creaties om plaats te maken voor verandering en groei (zelfrealisatie).
Kwaliteiten: visie, inzicht, transcendentie, vrijheid, wijsheid, verlichting.
Pathologie: waanbeelden van verhevenheid, acuut gevaar.

Miasmatische ziekten zijn in staat direct het immuunsysteem te beïnvloeden en hebben het potentieel om tot auto-immuunziekten, immuno-deficiëntie en degeneratieve ziekten te leiden. Dit maakt de miasmatische ziekten anders dan de niet-miasmatische ziekten, zoals emotionele spanning, psychische trauma's of fysieke stress, welke direct het zenuwstelsel raken.

Het blijft de taak van de homeopaat het simillimum voor te schrijven op grond van de symptomen van de patiënt. Maar als de symptomen niet eenduidig naar één middel wijzen, kunnen we het model van de miasma's gebruiken om te kijken in welke fase de patiënt is en daardoor beter begrijpen wat er genezen dient te worden en welke groep van middelen geïndiceerd is.

Een miasmatische (dynamische) verstoring dringt de constitutie binnen volgens een bepaald patroon en versterkt hierdoor de al bestaande miasmatische gesteldheid. Waar het miasma samenvalt met de karakteristieken van de constitutie, is sprake van symptomatologie. De miasmatische kracht ontregelt de levenskracht en dat resulteert in ziekte. Er is altijd een strijd gaande in het lichaam tussen beide; in gezondheid wint de levenskracht en bij ziekte wint de miasmatische kracht. Het aantal betrokken miasma's en hun intensiteit geven de mate van chronische verzwakking van de levenskracht aan. Onderdrukking versterkt dus de miasmatische invloed, genezing volgens de Regels van Hering is dus anti-miasmatisch.

De mate van verstoring van de levenskracht is evenredig met de mate van onderdrukking d.w.z. de mate waarin de levenskracht een invloed blijvend is opgedrongen. Naast de verstoring op het dynamische vlak, beschadigt het gif van de ziekte de genetische codering van het DNA. Deze onverwerkte invloeden zorgen voor desintegratie op onbewust en cellulair niveau. Homeopathische gepotentieërde middelen zijn bij chronische gevallen in staat (d.m.v. de verbeterde levenskracht), om te penetreren in het chromosoom niveau met een chemische invloed, welke de genetische defecten (gen-mutaties) corrigeren (=reverse mutatie). In acute gevallen stimuleren deze middelen vooral de organisme specifieke antilichaam immunologische respons. Hierdoor wordt een miasma door sommigen een: 'genetische codering van de DNA-chromosomen door de verschillende agressies waaraan het menselijke ras door de generaties heen is blootgesteld' genoemd. Toxische invloeden zoals bepaalde medicijnen worden vroeg of laat op de omgezet in de miasma's, vooral in Psora.

De levenskracht wat overigens geen synoniem voor 'immuunsysteem' is, is superieur aan DNA. De miasmatische verstoring is primair dynamisch, dus om miasma uitsluitend 'materieel' vanuit de cel te willen verklaren is principieel onjuist. Erfelijkheid, DNA speelt wel een rol bij het ontstaan bij ziekte, maar ook genetische factoren zijn secundair; ze hoeven niet noodzakelijkerwijs manifest te worden. Wanneer een miasma als een 'genetisch overgedragen ziekte' gedefinieerd wordt, dan laat dit het verworven miasma buiten beschouwing.


Terug