Miasma's (3)


Het is belangrijk om de definitie van wat een miasma nu eigenlijk is helder te houden. Zo is Psora bijvoorbeeld eenvoudig weg, niet te reduceren tot een 'infectietoestand' of 'toxisch residu van eerdere infecties' en ook niet tot een 'constitutionele verstoring van de assimilatie van de mineralen, die noodzakelijk zijn voor de opbouw van het organisme'. Als een miasma gedefinieerd wordt als 'chronische ziekte' vallen het acute miasma en halfacute miasma hier buiten. Wanneer een miasma gelijk gesteld wordt aan een 'diathese' of 'laag van symptomen' worden compleet verschillende soorten etiologie vermengd. Een miasma is op zich ook geen classificatie van pathologie, het is meer dan dat.

Een miasma is een predispositie, welke wordt gekarakteriseerd door overdracht van generatie op generatie en een zekere relatie heeft met de corresponderende nosode.

Het is dus een dynamische of constitutionele dispositie die wordt gekenmerkt door een specifiek reactiepatroon van de regulerende werking door het organisme. Dit gegeven kan als hulpmiddel bij middelkeuze gebruikt worden, zelfs als de desbetreffende infectie dus nooit in de (familie)ziektegeschiedenis is geconstateerd.

Aan de meeste chronische ziektes ligt dus blijkbaar of schijnbaar een infectie ten grondslag.

Een verstoring dringt de constitutie binnen volgens een bepaald patroon en versterkt hierdoor de miasmatische gesteldheid. Als de invloed van deze predispositie binnen de constitutie te sterk wordt, door een stressfactor, overbelasting etc. of versterkt wordt door onderdrukking, plant dit een nieuwe individuele laag in die volkomen gescheiden is van de constitutionele laag. Deze miasmatische belasting moet dan evt. ergens in de behandeling apart, met de desbetreffende nosode, maar niet zelden met een ander passend anti-miasmatisch middel behandeld worden.

Het geven van de nosode wordt dan wel een 'voorschrift op het miasma' genoemd, hetgeen misleidend is omdat er op het dynamische gevolg van het miasma voorgeschreven wordt, net zoals bij elk ander passend middel.

Er wordt zo de indruk gewekt dat er routinematig, niet-individueel, Isopathisch wordt voorgeschreven direct op de 'dynamische (infectie)oorzaak' van de chronische ziekte.

Ortega zegt dat het juiste middel qua miasmatisch karakter (miasmatic state), moet overeenkomen met het in dit geval nu dominerende miasma, om zo op de juiste 'Totaliteit van de symptomen', voor te kunnen schrijven. Het begrip 'totaliteit' (betreffende heden en verleden) wordt feitelijk losgelaten, omdat op een gedeelte van de aanwezige symptomen wordt voorgeschreven, maar met totaliteit wordt in de homeopathie, het betekenisvolle beeld aangeduid, dat de innerlijke essentie van de ziekte reflecteert.

Na het verzamelen van alle data, symptomen en karakteristieken, moeten we het simillimum vaststellen voor de patiënt zijn huidige gesteldheid. We moeten dit doen door die symptomen van de patiënt te selecteren die direct gerelateerd aan en verkregen door zijn klachten. De huidige gesteldheid en totaliteit geven uitdrukking aan het dominerende miasma. De actuele symptomen en het dominerende miasma zijn de verschillende kanten van dezelfde medaille. Het simillimum moet de symptomen of gedeelte van de symptomen afdekken en elimineren, welke correspondeert met dat miasma.

Wanneer er geen symptomen zijn of herkenbare totaliteit is, kan het middel wat gebaseerd is op de psychische essentie of karakter van de persoon en het dominerende miasma, de onderdrukte symptomen (door emotionele, fysieke of iatrogene factoren) aan het oppervlak brengen.

Wanneer er geen verdere vooruitgang meer volgt op dit eerste middel en het miasma gewijzigd is, wordt de resterende symptomen op dezelfde wijze behandeld. Een gedeeltelijk gelijkend middel wat die 'miasmatische totaliteit' niet in zich draagt, kan hier niet duurzaam genezen. Het karakter van de ziekte, snelheid en ontwikkelingspatroon is een natuurlijk gedeelte van de totaliteit. Dit geldt voor zowel de acute situatie, als de chronisch gesteldheid.

Het middel moet zowel passen bij het karakter van de ziekte en de symptomen van de constitutie die er weerstand aan biedt.

Er moet dus een specifiek middel voor de persoon gekozen worden uit de genus groep van middelen welke, bepaald is voor dit specifieke miasma. Dit middel wordt op grond van de totaliteit van de symptomen van het individu, uit deze familie van middelen geselecteerd. Dit homeopathische middel past dan zowel bij het effect van het miasma en de constitutie van het individu. Dit is de basis van de anti-miasmatische behandeling. Begrip van de ziektegesteldheid is bij serieuze gevallen voor een goed casus management onmisbaar.

Een miasmatisch voorschrift moet opgebouwd worden uit de volgende componenten:

  1. De miasmatische totaliteit;
  2. Totaliteit van symptomen;
  3. Constitutie/ Psychische essentie (houding, gedrag, gebaren etc);

Een miasma komt zelden in zuivere vorm voor. Zeker bij gecompliceerde chronische ziekten krijgt men vaak geen zuivere maar gemengde miasmatische verstoringen te zien (mixed of poly-miasmatic state). Een miasma kan verschillende lagen bevatten en moet daaruit volgend behandeld worden afhankelijk van het dominerend, feitelijk actieve miasma Men moet hier de grote anti-miasmatische middelen van die groep gebruiken, omdat deze bij deze diepe verstoringen passen, deze middelen beperken zich niet strikt tot één miasma, ze zijn multi-anti-miasmatisch. Als dit middel overbodig geworden is, omdat het geen verdere verbetering geeft, selecteert men op dezelfde manier het volgende middel op het nu door de voorgaande behandeling omhoog gebrachte op de achtergrond aanwezige sluimerende of onderdrukte miasmatische conditie.

Vooral de LM-potenties zijn bij deze aanpak, door hun brede en diep penetrerende werking zeer geschikt en doelmatig. Wanneer het actieve miasma als leidraad gebruikt wordt, bestaat er tevens geen gevaar voor suppressie.

PSORA: Aloes, Apis mellifica, Arsenicum album, Arsenicum iodatum, Calcarea carbonica, Graphites, Hepar sulphuris calcareum Lachesis, Lycopodium, Natrium Muriaticum, Nitricum Acidum, Psorinum, Selenium, Sepia, Sulphur, Tuberculinum, Zincum Metallicum,

SYSOSIS: Aranea, Argentum metallicum, Argentum nitricum, Causticum, Conium maculatum, Kali sulphurica, Medorrhinum, Natrium sulphuricum, Nitricum acidum, Pulsatilla, Pyrogen, Radium bromide, Sepia, Staphysagria, Thuja, Thyroidinum, Urtica urens, Variolinum, X-ray.

SYFILIS: Arsenicum iodatum, Aurum metallicum, Carbo animalis, Carcinosinum, Cinnabaris, Fluoricum acidum, Hepar sulphuris calcareum, Kalium bichromicum, Kali iodatum, Kali sulpuricum, Kreosotum, Lachesis, Laurocerasus, Lyssin, Mercurius corrosivus, Mercurius iodatus flavus, Mercurius iodatus ruber, Mercurius solubilis, Mezereum, Nitricum acidum, Phytolacca, Stellaria media, Silicea, Stillingia silvatica, Syphilinum, Tarentula cubensis, Tuberculinum.

TUBERCULOSIS: Agaricus muscarius, Arsenicum iodatum, Aurum metallicum, Bacillinum, Calcium carbonicum, Calcium iodatum, Calcium phosphoricum, Carcinosinum, China, Hydrastis canadensis, Iodium, Kali carbonicum, Kali iodatum, Kali chloricum, Kali phosphoricum, Kali sulphuricum, Lycopodium, Millefolium, Natrium sulphuricum, Phosphor, Phosphoricum acidum Psorinum, Pulsatilla, Senecio aureus, Sepia, Silicea, Spongia, Stannum metallicum, Sulphur, Syphilinum, Tarentula hispanica, Therebinth, Theridion currasavicum, Trillium pendulum, Thuja, Tuberculinum, Zincum metallicum.

CARCINOSIS: Argentum nitricum, Arsenicum album, Asafoetida, Bismuthum, Bromium, Calcium arsenicosum, Carbo animalis, Carbo vegetabilis, Carcinosinum, Carcinosinum cum cuprum, Carduus marianus, Chelidonium, Conium maculatum, Folliculinum, Hydrastis canadensis, Iodium, Kreosotum, Lac humanum, Lachesis, Lycopodium, Magnesium muriaticum, Medorrhinum, Nitricum acidum, Phosphor, Radium bromatum, Secale cornutum, Silicea, Strontium carbonicum, Tarentula hispanica, Staphysagria, Syphilinum, Thuja.

GEMENGD ANTI-MIASMATISCH: Argentum metallicum, Aurum metallicum, Bacillinum, Calcium carbonicum, Calcium sulphuricum, Carcinosinum, Causticum, Lycopodium, Lyssin, Medorrhinum, Mercurius solubilis, Mercurius iodatus flavus, Mercurius iodatus ruber, Nitricum acidum, Phytolacca, Psorinum, Staphysagria, Stellaria media, Sulphur, Syphilinum, Thuja, Tuberculinum.

Wanneer er in fundamentele lagen gewerkt moet worden, in plaats van met het ene ware individuele overwegend psorische constitutiemiddel, welke primair gekozen is op een persoon zijn genetische karakteristieken en diepgaande psychologische tendensen-, moet het gekozen middel in staat zijn de diepte te bereiken en moet hiertoe de miasmatische symptomen bevatten om deze onderliggende oorzaak van de verstoring ook aan te kunnen pakken. Het constitutiemiddel kan ingezet worden bij niet gecompliceerde gevallen, waarbij de klachten vaak functioneel van aard zijn of er een duidelijke psychosomatische relatie bestaat.

In de regel is het zo dat alle diepwerkende middelen tot meer dan één miasma behoren, wanneer we uit deze groep het simillimum selecteren, dekt dit voorschrift ook automatisch het betrokken miasma. Een middel moet gelijksoortig zijn met de etiologie en de manier waarop de ziektegesteldheid zich ontwikkelt in tijd gezien. Dit heeft te maken met de theorie van tijd en progressie in relatie met de tijdslijn en de Regels van Hering.

Een goedgekozen anti-miasmatisch middel moet in staat om de chronologische ontwikkeling van de ziekte om te keren. Wanneer een middel slechte een gedeelte in zich heeft, zal het niet in staat zijn de complete laag te verwijderen. Het resultaat is op zijn best palliatief, en in sommige gevallen zelfs onderdrukkend.

Het begrip 'Anti-psorische middelen' is verschillend in betekenis dan de term 'Polychresten', omdat ze in hun symptomatologie de primaire, latente en secundaire van het psorische miasma moeten omvatten. Bijvoorbeeld Pulsatilla is een groot polychrest, maar werkt niet erg diep op het psora miasma, het werkt beter op het tuberculinsche en sycotische miasma. Nux vomica is meer sycotisch dan psorisch, het is daarom niet gebruikelijk dat deze het psorisch miasma verwijdert. De mineralen zijn diep geïntegreerd in de opbouw van de menselijke constitutie. De mineralen vertegenwoordigen de niet-organische structuur van een mens en de symptomen zijn langzaam en progressief van karakter. Daarom zijn zo veel van onze diep anti-miasmatische en constitutionele middelen mineralen.

Het individuele simillimum: (het constitutiemiddel, §153), vormt de basis van de constitutionele behandeling bij verstoringen van meervoudige oorzaken en uniek symptomenpatroon en homeo-profylaxe. Dit middel is gekozen op de innerlijke onmiddellijke oorzaak, mentaal-psychisch karakter, predispositie, aangeboren constitutie, de overgeërfde miasma's, en het complete beeld van kenmerkende karakteristieke tekenen en symptomen. Het constitutionele specificum is de rode draad (Essentie) door de ziekteprocessen van de patiënt. De menselijke constitutie is de onmiddellijke, onderliggende oorzaak, omdat het de hele opmaak van het hele lichaam en ziel vertegenwoordigt. De chronische miasma's zijn de fundamentele oorzaak van auto-immuunziekten, immuno-deficiëntie en degeneratieve ziekten. Het constitutiemiddel heeft het potentieel verscheidene lagen te verwijderen wanneer het geneest volgens de regels van Hering. Niettemin heeft Hahnemann voor de behandeling van lagen complementaire technieken ontwikkeld, zoals het:

  1. anti-miasmatisch genius middel;
  2. acute tussenmiddel;
  3. het acute genius epidemicus middel;
  4. chronische tussenmiddel.

Het anti-miasmatisch middel wordt toegepast wanneer een sterke verworven miasmatische laag de menselijke constitutionele symptomen overheerst. Dit middel wordt gekozen op grond van de fundamentele oorzaak, de chronische miasma's en het karakter van de tekenen en symptomen. Het persoonlijke specifieke middel wordt gevonden in de groep van middelen op grond van de totaliteit van symptomen.

Het acute tussenmiddel speelt een rol wanneer een sterk niet-gelijksoortig de chronische symptomen verdringt en een crisis vertegenwoordigt. Dit middel wordt gekozen op grond van de uitlokkende oorzaak en de actieve symptomen de acute crisis.

Het genius epidemicus middel wordt gebruikt bij acute ziekte of bij gemeenschappelijke oorzaak en gelijksoortige symptomen. De groepsanamnese kan toegepast worden voor gelijksoortige groepen, zoals: gelijke causaliteit, constitutie, miasma, trauma, omgevingsfactoren, toxische belasting etc.

Een chronisch tussenmiddel is behulpzaam in gevallen van 'onopgeloste' ziekte met betrekking op chronische miasma's onderdrukking en iatrogene ziekte, welke de genezing blokkeren. Onder deze middelen vallen zowel gelijksoortige middelen als isopathische middelen, zoals nosodes, sarcodes en isodes.

Deze methoden zijn complementair aan de behandeling met het constitutiemiddel, wanneer ze correct toegepast worden.

Organon §2: "Het hoogste ideaal van genezen is een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van gezondheid, of wel de opheffing en vernietiging van de ziekte in haar gehele omvang, op de kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze, volgens goed begrijpelijke beweegredenen."

We moeten dus niet altijd eerst iemand zijn miastmatische achtergrond bepalen en vervolgens bepaalde middelen uitsluiten, zoals bijvoorbeeld een middel uit het plantenrijk, omdat deze niet diep genoeg bij een bepaalde pathologie zou kunnen werken. Zoals hier eerder beschreven heeft niet elke casus een direct miasmatische oorzaak, bepaalde pathologie, zoals astma of psoriasis kunnen ook vanuit andere oorzaken (psychisch of traumatisch) ontstaan en daar uitvolgend met een zogenaamd niet diepwerkend middelen genezen. Elke benadering moet flexibel toegepast worden. Het blijft zaak om zonder omwegen en complexe theorieën en analyses het simillimum voor te schrijven, 'volgens goed begrijpelijke beweegreden'.

Er moet dus niet voorgeschreven worden alleen op grond van een miasma. De simileregel is en blijft het enige criterium.

Het miasma wordt gebruikt als hulpmiddel, als leidraad om de symptomen te ordenen, om hier en nu passende constitutionele middelen te selecteren.

Organon §82: "Nu is de geneeskunst door de ontdekking van die grote bron van chronische ziekten wel een paar stappen dichter bij gekomen bij het wezen van het grootste deel van de te genezen ziekten ook ten opzichte van het vinden van de meer specifieke homeopathische geneesmiddelen, met name voor de psora. Maar het blijft de opdracht van de homeopathische arts nauwkeurig alle vindbare symptomen en modaliteiten na te gaan, om de juiste therapeutische indicatie te kunnen stellen bij de behandeling van iedere chronisch ziekte (vooral de psorische). Daar zit hij net zo aan vast als voor de ontdekking van de miasmata, want er is geen echte genezing mogelijk van deze zowel als van andere ziekte, zonder een strikt individuele behandeling van ieder ziektegeval".

Hahnemann relativeert hier het belang van zijn miasmatheorie, het blijft zaak het juiste middel voor te schrijven. Natuurlijk heeft de miasmaleer het inzicht in chronische ziekte en symptomen enorm verrijkt, maar er moet niet onnodig ingewikkeld over worden gedaan. De miasmatische symptomen zijn dezelfde symptomen die ook gebruikt worden voor een voorschrift op de totaliteit van symptomen. Het is dus maar de vraag of Hahnemann vóór het formuleren van deze theorie, nooit anti-miasmatische, dus volgens de Regels van Hering genezingen tot stand gebracht heeft.

Er is een tendens om alleen de individuele symptomen te behandelen, in plaats van ook te proberen door te dringen tot de wezenlijke kern van de ziekte, de constitutionele susceptibiliteit die al deze symptomen veroorzaakte.

Dit wordt soms gedaan omdat de aanwezige symptomen/karakteristieken een bekend geneesmiddelplaatje lijken te vormen, of omdat de kern niet meer direct te herkennen of te begrijpen is. Vaak wordt het geneesmiddelplaatje bevestigd met symptomen die de kern niet vertegenwoordigen. Dit leidt tot een oppervlakkige geneesmiddelkeuze, die misschien wat symptomen kan verwijderen of wijzigen, maar het diepere probleem wordt niet geraakt, waardoor een fundamentele verandering uitblijft en er een tendens tot vroegtijdige terugval bestaat.

Er moet dus behandeld worden met een middel dat in staat is om genezend op de constitutie in te werken, dat betekent op grond van de miasmatische (= diep energetisch verstoorde) of oorzakelijke symptomen. Als aan deze voorwaarde niet wordt voldaan kan men een terugval verwachten op een middel dat wel tijdelijk genezing gaf, maar een echt diep niveau van de vitaliteit niet heeft kunnen raken en dus niet het juiste Simillimum was. Dit verschilt in wezen niet van het voorschrijven op de Centrale Verstoring, omdat vanuit de miasmatische problematiek, de op dat moment het meest passende en mogelijke gesteldheid (archetype) actief is om tot een oplossing te komen. Omdat de symptomen die tot de actieve laag behoren in hun hoedanigheid en aard door het dominerende miasma gevormd worden, slaat dit een brug in behandeling enerzijds op grond van de psychologische en anderzijds de fysiologische aspecten van ziekte. Zo is er een balans tussen zuiver vitalisme en het begrip over de pathosgenesis van miasmatische ziekten, waardoor er in de meest uiteenlopende situatie adequaat behandeld kan worden. Door inzicht in het nu dominerende miasma (inclusief het acute miasma), weet de homeopaat uit welke groep van diepwerkende middelen, die in staat zijn dit miasma te beïnvloeden, hij moet kiezen.

Een voorschrift gebaseerd op de 'present, predominating state' van Sankaran, (Mentals, Generals & Particulars), of het 'centre of present, predominating and persisting symptoms', van Sehgal (Mentals & Mental expressions), levert dus ook altijd het beste anti-miasmatische middel op. Het psychisch-mentale niveau heerst in hoge mate over het lichaam, daarom kan de nadruk gelegd worden op de psychisch-mentale miasmatische symptomen, omdat deze primair zijn en de basis van ziekte vormen. Sehgal geeft aan dat deze algemene en meest gewone uitingen zijn verbonden met de onderliggende oorzaken, (Toxinen), die verantwoordelijk zijn voor het creëren van deze onnatuurlijk toestand in het lichaam. Dit sluit goed aan bij de miasmatheorie. Sehgal verwerpt het routinematig voorschrijven op grond van §153 constitutionele karakteristieken, hetgeen door inzicht in ziekte, goed te verdedigen is. Sehgal werkt dus ook met lagen, want schrijft niet altijd het constitutiemiddel (individu) voor. Genezing moet wel volgens de Regels van Hering verlopen, dus is de methode van Sehgal niet tegenspraak met de miasmatheorie, want hij baseert uiteindelijk zijn middelkeuze ook op de combinatie van constitutie en de het effect van de ziekte (verandering). Er zijn drie hoofdfactoren die bepalen die de gesteldheid bepalen: de aangeboren constitutie en predispositie, het karakter van de miasma complexen, en de omgevingsinvloeden waarmee het individu is opgegroeid (verworven constitutie).

De present predominating state heeft dus een directe relatie met de oorzaak van de te behandelen ziekte. Wanneer een persoon ziek is heeft hij een specifiek overheersend gevoel, dat een directe verbinding met de ziekte heeft.

Een op deze manier geselecteerd passend diepwerkend anti-miasmatisch constitutioneel middel, zorgt er niet alleen voor dat de pathologie, de secundaire symptomen verdwijnen, maar zorgt er ook voor dat de primaire oorzaak, de miasmatische predispositie verminderd wordt, zodat er minder gemakkelijk een terugval optreedt.

Er zijn situaties waar een diep constitutioneel middel niet gegeven mag worden, de reactie kan hier fataal voor de patiënt zijn. Dit is het geval bij eenzijdige ziektebeelden en pathologische crises, die de constitutionele symptomen wegdrukken. Vaak is dit het geval bij zware eenzijdige pathologie en gemengde miasma's waar de vitale organen bij betrokken zijn. Hier moet men eerst een complementair minder diep, vaak plantaardig middel gebaseerd op de locale verschijnselen voorschrijven. Wanneer de eerdere weggedrukte constitutionele symptomen weer terugkeren, is het ergste achter de rug.


Terug