Verschillen C en LM-potentie


Bij een C-potentie moet de potentie evenredig met de intensiteit van de Centrale Verstoring zijn.

Bij de LM's is de potentiekeuze van ondergeschikt belang, omdat altijd met de laagste potenties begonnen wordt.

De potentiekeuze kan van belang zijn, bijvoorbeeld in het geval een lage potentie nodig is, dus bij niet intensieve Centrale Verstoring. Hier zijn LM-potenties meestal heel geschikt, maar in sommige gevallen kan het feit dat de LM's zeer hoog gedynamiseerd zijn ook een nadeel betekenen. In dit bepaalde soort gevallen kan het zelfs het gebruik van de laagste LM-potentie tot verergeringen leiden. Deze potenties werken namelijk door hun eigenschappen, naast een meer oppervlakkig, perifeer dynamisch niveau van de levenskracht ook direct op een diep centraler niveau in. Hierdoor bestaat de kans dat de vitaliteit zelfs bij een minimale dosis, door de in dit geval benodigde frequente herhaling, te sterk en te snel verbetert. Hierdoor ontstaan er verergeringen, omdat de ziekte (toxinen) geen uitweg uit het organisme kan vinden. Er kan in deze gevallen niet vaak genoeg herhaald worden om op het meer oppervlakkige niveau waar het accent van de ziekte ligt, voldoende op de levenskracht in te kunnen werken, zodat de genezingsreactie ook hier voldoende evenredig op gang gebracht wordt.

Ook als er in dit soort gevallen geen sprake is van verergeringen, maar er niet herhaald wordt omdat de intensiteit van de Centrale Verstoring laag is en er zodoende geen terugval van een evt. reactie op een dieper niveau optreedt, kan de genezing veel te langzaam verlopen. Hier is zeker in het begin van een behandeling of als aanvulling op een blijvende werking op een dieper niveau, een lage C-potentie tot het punt van reactie op een fysieker niveau, in herhaling nodig. Dit principe wordt ook wel toegepast om een vroegtijdige terugval te voorkomen in geval van allopathisch medicijngebruik.Wanneer de psychisch-mentale en algemene symptomen verslechteren, wordt de ziekte onderdrukt omdat de pathologie niet tot de actieve laag behoort. Het middel moet dan gestopt worden. Als de actieve laag behandeld wordt is er geen gevaar voor onderdrukking

Het kan nodig zijn om een reactie te forceren in het geval van een sluimerende susceptibiliteit, een onderdrukte Centrale Verstoring. In het verloop van een behandeling kan eventueel afhankelijk van de reactie een steeds een hogere potentie gegeven worden.

Köhler zegt: "Chronisch zieke mensen reageren heel goed op een behandeling met een constitutiemiddel in oplopende potentie (Organon § 246)."

Hij noemt als behandelingsvoorstel, C6 in herhaling gedurende zes dagen en daarna eenmalig: na twee dagen C7, drie dagen later C9, na vier dagen C12, na een week C30, tien dagen later C100, na een maand C200, zes weken later 1M en na drie tot vier maanden 10M.

Bij een diepwerkend middel in geval van een eenzijdig (fysiek) ziektebeeld is dit veilig en effectief, om hierdoor de verstoring uit de 'lokaliteit' te drijven en door deze werkwijze het afweermechanisme voldoende te stimuleren, om zo het genezingsproces goed en doelmatig op gang te brengen.

Bij medicijnen die gemaakt zijn volgens de C-schaal ligt de verhouding tussen de kwaliteit en frequentie anders dan bij de LM's. Naarmate een C-potentie hoger wordt neemt de frequentie; de 'specifiekheid van de informatie', evenredig met de dynamische ontwikkeling toe. Deze frequentie moet door de constitutie gedragen kunnen worden. Het werkingsgebied van de C-potentie neemt evenredig met de potentie toe van een constitutioneel perifeer naar het centrale niveau. In gevallen waar de vitaliteit hoog is en een diepe werking nodig is, zijn de hoge C-potentie dus geïndiceerd en meer geschikt, wel kunnen de LM's hier gebruikt worden ter voorbereiding van deze hoge C-potenties, of aanvullend om de indirecte genezing vanuit het diepe constitutionele niveau, dus de meer vitale organen hoger in hiërarchie te ondersteunen en verergeringen en klachten te verminderen, waardoor het genezingsproces een effectiever verloop heeft.

Organon §246: "Bij de meer chronische ziekten daarentegen kan een dosis van een passend gekozen homeopathisch middel het weliswaar soms ook wel klaarspelen de hulp te verschaffen, waartoe dat middel in zo'n geval krachtens zijn aard toe in staat is, als men maar 40, 50, 60, 100 dagen afwacht. Maar aan de andere kant is zoiets maar zelden het geval en aan de andere kant moet er de arts zowel de zieke veel aan gelegen zijn deze tijdsduur, indien mogelijk, te verkorten tot een helft of een kwart ervan of zelfs nog korter, zodat een veel sneller herstel zou kunnen worden verkregen"

In geval er een diepgaande werking noodzakelijk is, maar het draagvlak van het afweermechanisme niet groot is, vormen de eigenschappen van de C-potenties een tegenstrijdigheid. Een lage potentie kan verdragen worden, maar werkt onvoldoende genezend. Een hogere potentie zorgt voor verergeringen omdat deze teveel van de vitaliteit vraagt.

Een probleem komt ook naar voren in gevallen waar sprake is van onderdrukking, of veelvuldig chemisch medicijngebruik. Om tot het organisme door te kunnen dringen is een diepe dynamische werking nodig, terwijl de susceptibiliteit laag is. Hier zijn de LM-potenties dan geïndiceerd, omdat deze de frequentie van een vergelijkbare lage C-potentie hebben, maar dieptewerking van een hoge C-potentie.

In die gevallen waar de ziekte al lange tijd wordt onderdrukt en waar één of twee doses van de centimale potentie niet in staat zijn om de onderdrukte symptomen weer aan de oppervlakte te brengen kunnen de LM's in een herhaalde toediening dit wel.

Een verschil in de bereiding tussen een LM en C-potentie is de oplossingsverhouding van resp. 1:50.000 en 1:100. De grotere verdunningsfactor bij LM wordt gecompenseerd met meerdere en krachtigere schudslagen (100x) t.o.v. de bereiding van C-potenties, waardoor de intensiteit toeneemt. Er is door de hogere verdunningsfactor, binnen de grenzen van een bepaald niveau de ruimte om de potentie te intensiveren. Het gevolg is dat de LM-potenties hierdoor in verhouding veel sneller tot dynamische ontwikkeling komen.

Bij een laag potentieniveau zoals de LM1 is er direct al sprake van een diepe werking. Bij C-potenties is de intensiteit als gevolg van het schudden minder (10x of meer), waardoor de dynamische ontplooiing pas na veel meer potentiestappen, bij veel hogere potentieniveaus tot stand komt.

Bij onderzoek is gebleken dat de potentie na ± 40x schudden van een C-potentie niet meer toeneemt. Overigens verschilt het aantal slagen per fabrikant van middelen, de intensiteit zal ongetwijfeld ook verschillen. De verdunning is hier geringer, waardoor er bij te krachtige schudslagen een 'vervormd' medicijn zou ontstaan. Door te beperkte ruimte kan de natuurlijke kwalitatieve ontplooiing evenredig met de intensiteit van het middel, zoals bij de LM-potentie niet plaatsvinden.

Organon §270 voetnoot 6: "...Als men echter in een zo gering verdunningsmedium van 100 op 1 aan het geneesmiddel, door gebruik te maken van een sterke schudmachine, heel veel stoten als het ware opdringt, dan ontstaan er geneesmiddelen, die vooral in de hogere potenties bijna direct, maar met een stormachtige, ja zelfs gevaarlijke heftigheid inwerken met name op zwakke patiënten, zonder dat het een duurzame, milde reactie van het levensbeginsel ten gevolge heeft. Het door mij aangegeven procédé maakt medicijn van de hoogste activiteitsontplooiing en mildste werking, die echter, mits goed gekozen, alle zieke plekken geneeskrachtig aanpakt."

Het aantal potentiestappen bij een C-potentie zal voor een vergelijkbaar dynamisch medicijn in LM, veel hoger komen te liggen. De verhouding in potentieniveau tussen C en LM is ongeveer 1:2,5 dus een LM30 haalt wat dat betreft nog geen C100, maar de dynamische ontwikkeling of de potentie van de LM1 overtreft bijvoorbeeld een CM in ruime mate. Het 'informatieniveau' ligt dus niet hoog, waardoor de prikkel van de LM niet confronterend werkt, maar de potentie is wel hoog waardoor er direct een diepe kwalitatieve dynamische werking mogelijk is.

Hierin ligt de verklaring waarom de LM's soms vaker herhaald moeten worden t.o.v. een passende hoge C-potentie. De LM gedraagt zich in die zin hetzelfde als een te lage C-potentie en moet bij een intensieve dynamische verstoring voor blijvende reactie vaker herhaald worden.

De kwalitatieve ontwikkeling van de LM, heeft dus hoofdzakelijk middels de intensiteit van het schudden plaats gevonden, in plaats van in aantal toenemende potentiestappen, zoals bij hoge C-potenties het geval is. Door een hoog aantal potentiestappen onstaat er een heftig inwerkend middel. Het grote voordeel van de LM-potentie ligt in het feit, dat bij de gevallen met een niet intensieve Centrale Verstoring, een diepe werking direct zonder verergeringen ingezet kan worden.

Een overstap zelfs van de allerhoogste C-potenties, moet altijd naar de laagste LM-potentie LM1 zijn. Als de laatste centimale remedie nog zijn uitwerking heeft, moet gewacht worden tot het moment dat er aanwijzingen zijn waarop herhaald kan worden. Op dat moment kan de LM toegediend worden. Als een LM-potentie wordt gebruikt als vervolg op een behandeling van hetzelfde middel in een C-potenties, kan deze zonder herhaling gedurende een zeer lange tijd werkzaam zijn.

Dr. Dey: "Bij LM-potenties kunt u, als u er zeker van bent dat de organische afbraak is nagegaan, dezelfde remedie in centimale vorm toedienen. Deze centimale potentie kunt u nu gebruiken zonder dat zich ook maar de geringste verergering voordoet en de patiënt kan op deze wijze worden genezen. Voordat u uw behandeling beëindigt, geeft u de patiënt enkele dosis van de centimale potentie om te testen of er nog een restant van de ziekte aanwezig is. Als er nog een restant latent aanwezig is, zal die na een dosis remedie met centimale potentie weer plotseling opkomen. U kunt C200 toedienen, gevolgd door 1M. Dit zal alle nog aanwezige ziekterestanten naar buiten brengen. Na LM30 te hebben toegediend, is het niet verstandig om te zakken tot C6 of C30."

P.M. Bailey: "Het is mijn ervaring dat de 10M potentie het meest effectief is om blijvende psychisch-mentale verbetering te bewerkstelligen en ik geef het in de meeste gevallen van psychisch-mentale pathologie, behalve als het lichaam te zwak is om het te verdragen, of als er gevaar is voor een ernstige fysieke verergering. In deze gevallen kan de potentie stapsgewijs verhoogd worden gedurende verscheidene maanden, hiermede het lichaam versterkend tot het punt waar het de hogere potenties veilig kan verdragen. Het is mij gebleken dat LM-potenties geschikter zijn om een patiënt psychisch-mentaal te helpen dan lage tot midden centimale potenties, vandaar dat ik er toe geneigd ben om een dagelijkse dosis van een LM-potentie te gebruiken waar sprake is van psychisch-mentale pathologie en het lichaam te ziek is om een 1M of 10M potentie te kunnen verdragen. Het is niet noodzakelijk om met de eerste LM-potentie te beginnen. In werkelijkheid is deze vaak te zwak om veel verandering te bereiken. Als een grove leidraad; waar het veilig is om met een C30 potentie te beginnen, is het veilig om met een LM3 te beginnen en als het veilig is om een C200 potentie te geven, is het veilig om met een LM6 te beginnen. Zodra de fysieke pathologie verminderd is tot het punt waar een 1M of 10M gegeven kan worden, zullen deze potenties verdere psychisch-mentale verbetering bewerkstelligen. Het is mij niet gebleken dat 10M psychisch-mentale verergeringen oplevert die gevaarlijk zijn, of langer duren dan vier weken. Echter aanzienlijke verergeringen treden op als de potentie niet stapsgewijs verhoogd is."

De LM en C-potenties hebben hun eigen indicatiegebied, dus om uitsluitend met één potentieschaal te werken zou een beperking, in mogelijk en flexibiliteit voor de homeopaat betekenen.

Omdat beide potentiesoorten voor- en nadelen kunnen hebben, kan afhankelijk van het type patiënt, ook met de potentiesoort individualiserend gewerkt worden.

Hahnemann zegt van de C-potentie dat deze heftig inwerkt en de neiging heeft te verergeren aan het begin van een chronische behandeling. De LM-potenties zijn geleidelijk en hebben de neiging om aan het eind van de behandeling te verergeren. Hierin blijkt het verschil in karakter van de beide potenties. Hahnemann gebruikte voor chronische ziekten vooral de LM en in acute ziekte de C-potenties. De C-potentie lijkt in karakter het meest op een acute ziekte, met een heftige plotselinge inwerking, crisis en acute verergeringen.

Organon §270 voetnoot 6: "Als men echter in een zo gering verdunningsmedium van 100 op 1 aan het geneesmiddel, door gebruik te maken van een sterke schudmachine, heel veel stoten als het ware opdringt, dan ontstaan er geneesmiddelen, die vooral in de hogere potenties bijna direct, maar met een stormachtige, ja zelfs gevaarlijke heftigheid inwerken."

De LM-potentie lijkt in karakter op de chronische ziekten, met een geleidelijk en langzaam ontwikkelend proces, welke verergert in de een later stadium van de ziekte. De toepassing van LM’s bij chronische, en C’s bij acute ziekte is echter geen strikte regel, maar het geeft inzicht in het karakter van de potentiesoort, waardoor ook hiermee individueel gewerkt kan worden. Ook de potentiesoort kan nu op de constitutie van de patiënt afgestemd worden. De hogere C-potenties zijn uitstekend geschikt in acute aandoeningen en crisis, ze werken ook vaak goed bij chronische verstoringen in het functionele stadium. De meeste problemen in het gebruik van de hoge en hoogste C-potenties treden op in chronische ziekten met miasma’s, onderdrukking, iatrogene ziekte en organische pathologie. In deze gevallen zijn de LM’s meer geschikt.

Hahnemann gebruikte de hele range van potenties, afhankelijk van het type casus. Van C3 tot de C200 en soms zelfs de 1M-potentie. Hij gebruikte C6-C200 in vloeistof. De C’s en LM’s zijn op deze wijze gebruikt, complementaire potentieschalen. Veel wat over de toediening van de LM-potentie gezegd wordt, geldt ook voor de C-potentie in vloeistof. Het Organon 6e editie gaat ook over C-potentie in vloeistof, de LM-potenties worden later pas in deze Organon ter sprake gebracht. Het is dan ook onzin de C-schaal te willen verwerpen omdat de 5e editie achterhaald zou zijn. Het is bekend dat Hahnemann tot kort voor zijn dood ook nog met C-potenties werkte. Misschien dat de C-schaal in betekenis af zou kunnen nemen, wanneer de LM’s verder doorgepotentieërd zouden worden, naar bijvoorbeeld LM 200, 1000, etc.


Terug