Nadat een middel is gegeven en er een bepaalde reactie geweest is, maar
het ziektegeval niet meer verder komt en het middel dus volledig is
benut, wordt het tijd na wat natuurlijke rust om het symptomenbeeld
opnieuw te bekijken (follow-up) en weer een voorschrift te maken; dit is
dan het Tweede voorschrift.
Als het genezingsproces dus tot stilstand komt of neiging tot
achteruitgang heeft, of het eerste voorschrift heeft veranderingen in de
symptomatologie gebracht die blijvend zijn, wordt het tijd een tweede
voorschrift te overwegen.
Zolang er nog veranderingen gaande zijn en er dus nog reactie is op het
middel, moet men wachten anders kan men geen verantwoorde beslissing
nemen.
De meeste fouten worden gemaakt met te snel willen herhalen, of een
ander middel te geven.
Vooral bij een diepwerkend constitutiemiddel moet men voorzichtig zijn,
want deze kunnen een fase hebben waarin ze schijnbaar niets doen.
Foutieve herhaling kan een terugval door de te sterke reactie
bewerkstelligen van het overigens voor inname nog goed werkende middel.
Ook kan het een ernstige verergering veroorzaken en het beeld vermengen
met geneesmiddel-symptomen.
Het tweede
voorschrift kan zijn een:
- Herhaling van het eerste voorschrift;
- Verandering van de potentie;
- Aanvullend middel (complement);
- Antidoterend middel;
- Tussenmiddel (intercurrent);
- Isopathisch middel of nosode;
- Miasmatisch middel.
Reactie op de Levenskracht
H.A.
Roberts: "Het gaat erom de werking op de levenskracht vast te
stellen."
Bij het bepalen van het benodigde middel vormen we ons een beeld van de
essentie van de verschijnselen en symptomen die representatief zijn voor
het afweermechanisme, om achter het karakter van de verstoring van de
levenskracht te komen en daardoor voorschrijven op het totaal van de
symptomen. Om de werking te beoordelen moeten we juist daarom ook op
deze symptomen letten.
Organon § 17: "In de genezing, die volgt op het wegnemen
van de totaliteit van de waarneembare verschijnselen en bijzonderheden
van de ziekte, wordt tegelijk de daaraan ten grondslag liggende
inwendige verandering van de levenskracht opgeheven, dus de ziekte in
haar geheel."
Organon § 7: "Dan moeten, als men rekening houdt met
eventuele miasmata en ook bijkomende factoren (§5) niet vergeet, het
ook alleen die symptomen zijn, waardoor de ziekte vraagt om en verwijst
naar die medicijn, die haar helpen kan. Dan moet de totaliteit van deze
symptomen, die het innerlijke wezen van de ziekte, d.w.z. de aandoening
van de levenskracht naar buiten weerspiegelt, het voornaamste of enige
zijn waardoor de ziekte te kennen kan geven welk middel ze nodig
heeft."
Organon § 153: "Bij het opzoeken van een homeopathisch
specifiek geneesmiddel moet men de totaliteit der verschijnselen van de
natuurlijke ziekte, ter vergelijking, leggen naast de symptomenreeks van
de beschikbare medicamenten. Hierbij moet men vooral en bijna
uitsluitend, oog hebben voor de meer opvallende, ongewone en typerende
(karakteristieke) verschijnselen en symptomen. Want vooral die moeten
precies overeenkomen met symptomen uit het gezochte geneesmiddelbeeld,
wil dat middel voor genezing het meest passend zijn."
Tot het totaal van de symptomen, die de Essentie/ Gestalt/ Centrale
verstoring vertegenwoordigen behoort:
1. wat karakteristiek is voor de hele mens, zijn individualiteit op
psychisch-mentaal, (Mentals) en lichamelijk gebied, (Generals);
2. orgaangebonden en plaatselijke symptomen met hun individuele
kenmerken, zoals die precies worden geformuleerd en opvallend en
merkwaardig zijn (individuele, lokale verschijnselen, Particulars).
Deze constitutionele symptomen en tekenen zijn zowel in chronische als
acute processen objectief gezien, het meest representatief voor de
oorzaak van verstoring of frustratie van de levenskracht.
Dit wil niet zeggen dat de gewone symptomen geen uitdrukking van de
levenskracht zijn, want alle symptomen weerspiegelen het probleem van de
balancerende levenskracht, maar de waarde van deze symptomen is meer
subjectief, men moet hierbij op zoek naar de manier waarop (het idee
erachter) de patiënt het symptoom tot uitdrukking brengt.
Hoe intensiever de Centrale Verstoring is, des te groter zal de
duidelijkheid ook in de reactie zijn.
Als na een middel de oorspronkelijke symptomen die de Centrale
Verstoring vertegenwoordigen, weg waren met of zonder beginverergering,
maar deze met dezelfde, mindere of zelfs toegenomen intensiteit,
blijvend terug zijn gekeerd, dan is er sprake van een terugval.
Er kan ook sprake zijn van een gedeeltelijke terugval, in dit geval zijn
sommige symptomen al geëlimineerd.
In beide gevallen is dit een heel goed teken; dit geval is te genezen en
het middel en potentie (simillimum) waren de juiste.
In veel chronische gevallen kunnen we er zeker van zijn dat deze
symptomen terugkeren, want deze zijn zelden met één enkel voorschrift
of zelfs potentie te genezen.
J.T.Kent: In veel diepgewortelde chronische ziektegevallen is een
lang voortgezette werking noodzakelijk.
Dit kan niet in één keer bereikt worden met een enkele dosis van een
hoge potentie. Het is hier beter laag in een serie van potenties te
beginnen, zo is er beschikking over een flink aantal oplopende
potenties.
Als de patiënt dan tijdens deze serie terugkomt en zichzelf weer
slechter voelt, is het, het middel wat niet meer werkt, maar niet de
potentie.
Hier moet op grond van de nieuwe symptomen een nieuw middel geselecteerd
worden.
Geneesmiddelwerking en reactie
S.Hahnemann:
Het levensbeginsel ombuigen, (zijn gevoel van de natuurlijke ziekte
verminderen).
J.T. Kent: Orde op zake stellen in de levenskracht.
R.Sankaran: Het niveau van centrale verstoring verminderen.
M.L Dhawale: De normale susceptibiliteit herstellen.
M.L.Sehgal: De natuurlijke orde in het lichaam herstellen.
Het afweermechanisme brengt het organisme na het verbeteren van de
levenkracht naar een nieuwe, betere gezondheidstoestand
(genezingsproces).
Bij diepere gevallen zal deze orde niet zo ver (kunnen) gaan en zal
gedeeltelijk zijn en moet hier geleidelijker naar verdere orde toe
gewerkt worden door bij terugval of stilstand te herhalen en steeds
hoger in potentie te gaan.
Er is principieel gezien een verstoring van de levenskracht, waar deze
zich op eigen kracht niet van kan ontdoen.
De levenskracht probeert
d.m.v. het afweermechanisme evenwicht te herstellen in het organisme.
Het zal dit op zo'n manier doen dat de symptomen het minst bedreigend
zijn en zal eerst proberen deze pathologie functioneel op het
afweermechanisme te houden, dit vormt de Centrale Verstoring. Als dit
ontoereikend is zal zo perifeer mogelijk organisch/structurele
pathologie in het leven moeten worden geroepen, de Perifere pathologie.
Als het juiste middel is gegeven, verbetert dit vrijwel direct de
effectiviteit van de levenskracht.
Als de potentie en dosis niet
helemaal goed aangepast waren aan de patiënt, kan er gelijktijdig nog
een homeopathische (begin)verergering optreden, dit is de
geneesmiddelziekte die in plaats van de oorspronkelijke ziekte is
gekomen en sterker is.
De druk op het centrum van het afweermechanisme vermindert na het
afnemen van de verstoring op de levenskracht, de meer karakteristieke symptomen van het Centrum zullen dus
verdwijnen of verminderen en het gevoel van welbevinden en/of de energie
zal toenemen.
De problematiek op zich blijft nog wel dezelfde, maar de primaire
ziektegesteldheid is gewijzigd naar een meer natuurlijke passende
gesteldheid. Hierdoor is de verergerende dynamische kracht van de
levenskracht verminderd en de Centrale Verstoring als geheel in
intensiteit afgenomen.
Het totale verwerkingsvermogen van het organisme
is verbeterd, doordat de oorspronkelijke buiten-proportionele/ niet
passende reactie in een zekere mate genormaliseerd is.
Het ziekteproces
is naar een genezingsproces omgezet, doordat de reactierichting is
veranderd. Anders gezegd de chronische ziekte is omgezet in een acute
ziekte, met een beperkte tijdsduur.
In geval van Perifere Verstoring blijft deze structurele pathologie
vooralsnog, want deze fysiologische processen volgen hun eigen tempo.
Maar als er verandering van het Centrum is waar te nemen, wijst dat toch
op een juist diepwerkend voorschrift.
De levenskracht zal vervolgens via het afweermechanisme wel of niet
vooraf gegaan door een genezingscrisis, de pathologie van deze Perifere
Verstoring, zoveel als mogelijk terugtrekken, dus genezen of, indien nog
noodzakelijk, volgens het verloop van de Regels van Hering naar minder
bedreigende locaties brengen. Daarnaast is het wenselijk dat er een
uitslag of uitscheiding ter hoogte van de huid of slijmvliezen
verschijnt, met een duidelijke verbetering van de symptomen op een
dieper niveau van het organisme.
Dit proces kan evt. in een
genezingscyclus verlopen en gepaard gaan met reactieverergeringen.
Terwijl dit proces zich voltrekt, maar de genezing, de verbetering van
de levenskracht nog niet volledig, d.w.z. niet diep genoeg was, zien we
daardoor centraal de opvallende symptomen weer terugkeren. Het evenwicht
tussen de centrale en perifere verstoring begint zich weer te
herstellen. Dit is een terugval van het genezingsproces. Er moet nu voor
verdere genezing hetzelfde middel of een hogere potentie herhaald
worden. In het geval de gesteldheid duidelijk veranderd is, moet een
ander nu meer homeopathisch middel gegeven worden.
Om tot
het juiste inzicht te komen over de werking van het middel, is dus nodig
goed te interpreteren of er sprake is van een:
- Beginvergering;
- Genezingcrisis of uitscheidingssymptomen (symptomen die men ziet
wanneer het organisme bezig is te genezen);
- Terugval.
- Toename van het niveau van de Centrale Verstoring door stressinvloeden
van buitenaf.
Grondregels:
- De noodzakelijke
dosis om een lang tijdsinterval herhalen en als de werking van de
potentie benut is doorgaan naar een hogere potentie.
Dit betekent: herhalen bij stilstand van het genezingsproces en bij
afnemende reactie hoger in potentie gaan.
- Ook voor LM-potentie
geldt dat alleen herhaald mag worden indien noodzakelijk.
Organon § 246 voetnoot: "Dezelfde welgekozen medicijn kan
nu dagelijks doorgebruikt worden en indien nodig zelfs maanden
lang."
Organon § 270 voetnoot 6: "Evenzo kan men bij de
behandeling van chronische ziekten het beste met lage dynamisatiegraden
beginnen en indien nodig overgaan op de hogere, die steeds
krachtiger worden, maar toch altijd mild werken."
- Als de patiënt zich beter voelt, mag men niets doen.
- Altijd het afweermechanisme de kans geven het symptomenbeeld weer op te bouwen, dit geeft aan dat een middel is uitgewerkt: zonder symptomen is nooit een verstandig voorschrift te maken.
- Nooit een middel geven indien het symptomenbeeld niet duidelijk is.
- Schrijf nooit een ander middel voor indien de resterende symptomen slechts een lichte stoornis betekenen voor de patiënt.
- Verander nooit van middel of geef geen tweede middel als de symptomen verschijnen volgens de Regels van Hering: van binnen naar buiten, van het centrum naar de periferie, van belangrijke organen naar minder belangrijke organen, van boven naar beneden en verdwijnen in de omgekeerde richting van hun verschijnen.
- Als oude symptomen blijvend terugkomen, dan pas is het tijd om het middel te herhalen. Ook bij LM-potenties moeten deze reacties afgewacht worden, waarna met dezelfde dosis doorgegaan kan worden.
- Verander of herhaal het
middel of dosis nooit als er op het voorschrift een uitscheiding of
uitslag volgt en dit gepaard gaat met een verbetering van de algemene
toestand.
Verandering in de
symptomen van de patiënt.
De kennis
om de veranderingen na een voorschrift goed te interpreteren is van groot
belang.
We verwachten natuurlijk een verbetering na een zorgvuldig geselecteerd
middel, maar een verlichting van de symptomen alleen is niet voldoende:
De uitwerking
van het middel maakt zich kenbaar in het:
- Produceren van
nieuwe symptomen;
- Verdwijnen van symptomen;
- Toenemen of verergeren van symptomen;
- Afnemen of verbeteren van symptomen;
- Veranderen van plaats en richting van de symptomen.
Hierbij geldt:
- Als de algemene conditie van de patiënt niet verbetert, is het middel verkeerd gekozen of het geval ongeneeslijk.
- Hoe meer een middel gelijkend is, des te beter is het in staat verandering teweeg te brengen.
- Een middel dat verkeerd gekozen is, doet normaal gesproken niets, het heeft geen zin om dan lang te wachten met het geven van een beter middel.
- Bij een sterke constitutie is de werking duidelijker dan bij een zwakke constitutie, omdat bij de eerste het afweermechanisme krachtiger is en zich gemakkelijker kan uiten.
- Het verloop van de symptomen (richting) is vaak belangrijker om de werking goed te beoordelen dan de mening van de patiënt.
- Als men na enige tijd twijfelt over de goede werking want de symptomen zijn er nog; veranderd of zelfs verergerd, maar de patiënt zich veel beter voelt, moet men wachten en niet herhalen of van middel veranderen. Het is slechts een kwestie van tijd en de symptomen zullen dan ook verbeteren.
- Het omgekeerde is ook waar. Als de patiënt zich veel slechter voelt was de keuze van het middel ongelukkig en moet er een beter middel gezocht worden.
- De
goedgekozen (hoge) potenties kunnen bij te genezen gevallen voor lange
tijd werken, eigenlijk werkt het middel zelf niet, maar verbetert het
vrijwel direct de effectiviteit van de levenskracht en heeft het hier
geen zin meer te herhalen;