De
toediening van de eerste dosis is een testdosis. Na het geven van de
eerste dosis moet de homeopaat een geschikte tijd wachten om de werking
van het middel te beoordelen.
Deze periode van tijd hangt af van de aard van de ziekte, acuut of
chronisch en kan variëren van enkele minuten tot dagen of weken.
Er zijn hierbij drie vragen die beantwoord moeten worden:
- Is het middel het simillimum;
- Is het een verkeerd middel;
- Is het een gedeeltelijk passend middel (Simile)?
Er kan kort na de inname een verergering van klachten optreden.
Er zijn hierbij twee soorten verergeringen:
- Een gelijksoortige verergering, dit is een toename van de
symptomen van de patiënt of het verschijnen van oude ziekten.
Dit is het teken dat het medicijn juist gekozen is, maar de dosis te
sterk was.
Deze homeopathische verergering na inname wordt veroorzaakt
door een te sterke primaire werking van het middel.
Deze excessieve werking onderdrukt de secundaire respons van de
levenskracht en laat de geneesmiddelsymptomen van het middel zien.
Als de levenskracht in staat is deze primaire werking van het middel te
overwinnen, zal het een eigen secundaire reactie produceren en genezing
bewerkstelligen.
- Een niet-gelijksoortige verergering is het verschijnen
van symptomen die de patiënt nog nooit eerder heeft ervaren en geen
relatie met zijn ziekte hebben.
Er worden nieuwe, lastige symptomen geproduceerd, terwijl het met de
gesteldheid, algemene gezondheid en vitaliteit van de persoon slechter
gaat.
Dit is een teken dat het gekozen middel fout is.
Er kan ook sprake zijn van ‘toegevoegde symptomen’, terwijl
de patiënt verbetert qua vitaliteit en gezondheid. Deze bijsymptomen
zijn dan neveneffecten van het gekozen middel, die niet homeopathisch
zijn voor de klachten van het individu. Als deze symptomen gering zijn
in omvang en snel verdwijnen, zullen ze de genezing niet beïnvloeden.
Als de symptomen toenemen en hardnekkiger worden, betekent dit dat er
sprake is van een gedeeltelijk passend middel dat de genezing belemmert.
Dit is een teken dat het tijd is om een beter middel voor te schrijven.
Het is erg belangrijk voor een homeopaat om deze fundamentele reacties te begrijpen.
Sommige homeopaten denken dat alle reacties, goede reacties zijn, of een reinigende crisis zijn.
Helaas is dit niet het geval.
Primaire en Secundaire reactie
Organon
§ 63: "Iedere kracht die op het leven inwerkt, ieder
geneesmiddel verandert min of meer de 'stemming' van de levenskracht en
veroorzaakt voor kortere of langere tijd bij de mens een bepaalde
verandering in zijn welbevinden: de zogenaamde primair werking. Hoewel
deze door geneesmiddelkracht en levenskracht gezamenlijk geproduceerd
wordt, hoort ze toch meer bij het inwerkende agens. Onze levenskracht reageert
met haar energie op deze inwerking. Deze reactie hoort bij de kracht,
die ons leven in stand houdt en gaat automatisch in zijn werk, de
zogenaamde secundaire- of tegenwerking.
De primaire dynamische verdedigingshouding (om de homeostase te
handhaven) op een het organisme binnendringend 'specifiek vijandig
agens', is het middelpunt van deze reactie en is bij chronische ziekte
blijvend.
Deze reactie wordt mede bepaald door de susceptibiliteit van het
organisme, welke ook een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van
ziekte.
Doordat deze direct gepaard gaat met een verzwakking van de levenskracht,
is het gevolg dat er een specifieke constitutionele overgevoeligheid
bestaat. Er wordt hierdoor niet meer proportioneel en niet passend op
specifieke belastende invloeden gereageerd.
De secundaire dynamische reactie, de totale individuele respons van het
organisme op deze omstandigheden, zorgt voor blijvend evenwicht
tussen deze primaire verstoring van de levenskracht en de omgeving.
Het gaat dus bij behandeling niet direct om de daadwerkelijke ziektesymptomen, de pathologie, maar om de Centrale Verstoring, de dynamische reactie van de levenskracht. |
De secundaire symptomen zijn het resultaat van een blijvende reactie op
de oorspronkelijke verstoring van levenskracht.
Deze daadwerkelijk waarneembare symptomatologie kan elk niveau betreffen
(mentaal, psychisch en fysiek), maar kan zich in principe ook op één
niveau concentreren.
Het onderscheid in deze twee groepen van symptomen is ook belangrijk bij de
geneesmiddelkeuze.
Er is sprake van verandering en individualiteit.
De verandering betreft de 'normale expressie' vanuit de constitutionele
basis van de ziekte, of anders gezegd de miasmatische predispositie.
Individualiteit vormt de basis van een persoon, hierin ligt waarin hij
zich onderscheidt van anderen en wat typerend en kenmerkend voor hem is.
De psychisch-mentale gesteldheid is bij ziekte altijd gewijzigd,
maar dit betekent niet dat er altijd individuele psychische-mentale
pathologie is.
Dit inzicht is vervolgens weer van wezenlijk belang voor een goede beoordeling van de
reactie op een middel en de precisie van het voorschrift, herhaling en
prognose, omdat de eerste groep van symptomen bij het juiste middel
vrijwel direct kan veranderen of wijzigen, maar de tweede groep,
secundaire symptomen zijn hierbij gebonden aan de Regels van Hering.
Sehgal zegt: "Deze expressies behoren tot wat we kennen en
negeren, als zijnde gewoon en gebruikelijk voor een ziek persoon";
1. Angst en ongerustheid (ongemak door iets bekends of onbekends);
2. Verandering in houding ten opzichte van het leven in het algemeen
(omgeving en gezondheid);
3. Verandering in dagelijkse routine (bijv. iemand stopt met verzorgen
van zijn werk);
4. Verandering in gewoontes en neiging (bijv. een persoon blijft liever
in bed).
Iets soortgelijks zegt Hahnemann:
Organon § 213: "Men zal derhalve nooit op een natuurlijke
manier, d.w.z. nooit homeopathisch, genezen als men niet bij ieder
ziektegeval, zelfs bij het acute, tevens let op symptomen van
verandering in mentale en affectieve gesteldheid. Men zal alleen
homeopathisch kunnen genezen met behulp van een uit de geneesmiddelen
gekozen ziekte-agens, dat- behalve overeenkomst van haar andere
symptomen met die van de ziekte- ook het vermogen bezit zelf een
overeenkomstige stemmings- of geestesgesteldheid te produceren."
voetnoot 1: Zo zal bij iemand met een stille, gelijkmatige, kalme
aard Aconitum zelden of nooit in staat zijn een genezing te
bewerken, noch snel noch duurzaam; net zo min als Nux vomica bij een
zachtmoedige flegmaticus, Pulsatilla bij een vrolijke, optimistische en
halsstarrig type, of Ignatia bij een onveranderlijke gemoedsgesteldheid,
die evenmin tot schrik als tot ergernis neigt.
In ziekte is er altijd een 'algehele verandering' ten opzichte de Individualiteit, welke betrouwbaar is voor een voorschrift op de Centrale Verstoring. |
Reactie op de Centrale Verstoring
Een middel dat niet op de 'oorzaak', de primaire verstoring van de
levenskracht heeft kunnen werken, kan wel effect hebben, maar niet duurzaam
genezen, men krijgt in dit geval geen echte goede reactie te zien.
De meest opvallende duidelijke of intensieve concomiterende
keuzebepalende symptomen, (behorende tot de Centrale Verstoring) moeten
bij een goede reactie als eerste verdwijnen of verminderen, want deze
meer karakteristieke symptomen vertegenwoordigen direct dynamisch de oorzaak van de verstoring van de
levenskracht.
Als de genezing nog onvoldoende was, keren de meest diepgaande het eerst
terug.
Bij een afnemende reactie zien we deze symptomen dus als eerste terug.
Ze keren pas definitief terug als het middel is uitgewerkt, zij het niet
altijd zo intensief of duidelijk.
Men mag niet eerder herhalen of een
nieuw voorschrift maken. Anders wordt de genezingscyclus doorbroken en
de symptomen vermengd met die van het middel.
In het geval van een eenzijdig ziektebeeld, waar het zwaartepunt op het
fysieke vlak ligt of hier naar toe is verschoven, moet men evt. op de
plaatselijke uitingen van de Centrale Verstoring letten. Als hier een
volledige terugval optreedt, is deze soms de eerste tijd wel duidelijk,
met centrale symptomen van een algemeen niveau, maar na verloop van tijd
kan de situatie zich stabiliseren naar de oorspronkelijke situatie,
zodat deze duidelijke algemene indicatie van terugval weer verdwijnt.
Bij een geleidelijke terugval, een afnemende reactie, krijgt men dit
niet duidelijk te zien, maar is er sprake van 'stilstand van het
genezingsproces'. Alleen de meest karakteristieke symptomen keren
geleidelijk terug of nemen weer toe.
De eventuele minder karakteristieke 'gewone' symptomen, zowel
mentale/psychische als fysieke, worden principieel gezien dus ook voor
de reactie/ werking en herhaling en zelfs potentiekeuze zoveel mogelijk
buiten beschouwing gelaten.
Welbevinden
en Energieniveau
Het gevoel van welbevinden en/of de energie
verbetert na een eventuele verergering als een middel goed werkt, want
het niveau van de Centrale Verstoring neemt af. De efficiëntie van het centrum is verbeterd, doordat deze naar een meer
natuurlijke gesteldheid is veranderd, waardoor de natuurlijke orde is
hersteld.
Organon § 253: "Bij alle ziekten, vooral bij de snel ontstane
(acute), is van de tekenen die een klein, niet voor iedereen zichtbaar
begin van verbetering of verergering aantonen, de toestand van de
stemming en de hele manier van doen van de patiënt het meest
betrouwbare en duidelijk."
voetnoot 1: "Die tekenen van verbetering in stemming en
psyche kan men echter alleen dan al gauw na het innemen van het middel
verwachten, als de dosis klein genoeg was (d.w.z. zo klein
mogelijk). Als een dosis onnodig groter is, werkt ze zelfs bij het
homeopathisch meest passende middel te heftig. Dan verstoort ze in het
begin de geestelijke en stemmingstoestand te erg en langdurig, om bij de
patiënt spoedig de verbetering te kunnen gewaar worden, om nog
maar te zwijgen van andere nadelen (§ 276) van al te hoge
doses."
Vithoulkas: "De energie en de psychisch-mentale gesteldheid
(welbevinden) van de patiënt is belangrijk, maar als hier geen
problemen mee waren hoeft men daar geen duidelijke verbetering te zien.
Het zwaartepunt van de klachten ligt hier vaak op het fysieke
vlak."
Het bewijs van het juiste voorschrift wordt door de patiënt zelf
geleverd.
Na het voorschrift van de minimale dosis van het simillimum in de
optimale potentie en dosis, kunnen de volgende veranderingen optreden:
- Het verdwijnen van de eventuele zwakheid, toegenomen energie;
- De patiënt heeft een gezondere uitstraling (huid, gezicht, ogen);
- Normalisering van de eetlust en ontlasting;
- Meer optimistischer, meer positieve, harmonieuze gesteldheid;
- Meer mentale helderheid;
- Toegenomen bewustwording ten aanzien van de resterende symptomen;
- Normalisering van het uithoudingsvermogen en werklust;
- Herstel van oorspronkelijke verlangens en passie;
- Normalisering en betere kwaliteit van de slaap;
- Toename van de tolerantie tegen verergerende factoren;
- Afname in gevoeligheid voor belastende factoren;
- Meer stabiliteit, minder angstig;
- Normalisering in het gewicht van de patiënt; stabiel bij overgewicht,
toename bij ondergewicht);
- Ontstekingen etc., uitingen van een degeneratief proces verdwijnen;
- Onderdrukte symptomen, zelfs van jaren geleden, keren terug aan het
oppervlak;
- Genezing vindt plaats volgens de Regels van Hering.
Dit zijn duidelijke tekenen dat het Simillimum is voorgeschreven, een
Simile geeft nooit deze duidelijke en onmiddellijke verbeteringen.
Als deze verbetering tot stilstand komt moet men wachten. Pas als het
achteruit gaat en weer hetzelfde is als voorheen is het middel
uitgewerkt.
Om te kunnen herhalen moet men tegelijkertijd letten op de terugkeer van
symptomen van de Centrale Verstoring.
Het gevoel van welbevinden en/of de energie kan weer op het oude niveau
terugkomen doordat:
- Men door belastende factoren weer in de oude zwakte terugvalt.
- Bepaalde pathologie genezen is, maar de genezing nog onvoldoende
(diep) is, of er een aanvullend middel nodig is.
Als de symptomen blijvend veranderd zijn terwijl het gevoel van
welbevinden en/of de energie niet verbeterd is, moet een ander middel
worden gegeven gebaseerd op de oude en vooral ook op de nieuwe
symptomen.
Een verkeerd gekozen middel in een enkele dosis kan geen nieuwe symptomen
zelf toevoegen, het kan wel de eigen zwakten blootleggen.
Het was al gelijkend
genoeg om de situatie te beïnvloeden, maar was niet het simillimum.