1. Mineralenrijk
2.
Plantenrijk
3.
Dierenrijk
4.
Mensenrijk
5.
Universeel rijk
Mineralenrijk
Elementen/
atomen:
Een
metaal beïnvloedt de existentiële en fundamentele materiële zaken.
De persoon beschouwt alles in basistermen van het bestaan: zijn of
niet zijn. Elke bedreiging of verstoring wordt als gevaar beschouwd
voor het fysieke of spirituele bestaan of structuur. De zaken worden
zwart of wit gezien.
Kernwoorden: Zijn, structuur, vorm,
duidelijk omschreven, eenheden, kwantiteit.
-
Gescheiden
bestaan, Vorm
- Individueel, Eigenwaarde, Onafhankelijk.
- Zelfbeschikking,
Planmatig.
- Keuzen, Rationeel perspectief.
- Identiteit in
relatie met de buitenwereld.
Klassiek element:
Lucht.
Psychologische
functie: Introvert
denken.
Zouten/
moleculen:
Zout
beïnvloedt verbindingen, duidelijkheid van grenzen, relaties en
aanpassing, omdat zouten bestaan uit tenminste twee elementen, of het
resultaat zijn van een reactie van een zuur en een base die in balans
zijn met water plus inhoud.
Een
zout beïnvloedt zaken welke relaties en aanpassing betreffen, vanuit
het perspectief van EXISTENTIE
Kernwoorden: aanpassing,
alterneren, balans, grens, regelen, vloeien, verbinding, relatie,
structuur, proportie, concentratie, verandering, behoren, verbreken,
zwart of wit, ja of nee.
- Gedrag volgens
the fysische wetten, Combinatie
-
Verantwoordelijkheid, Discipline, Taak, Plicht, Werk, Routine.
-
Pragmatisch, Regels, Orde, Rigiditeit, Conservatisme.
-
Materialistisch, Perfectionisme, Controle.
- Verlangens en eigen
behoefte, Hebzucht.
- Geweten,
Schuldgevoel, Ideologie.
-
Kritiek en kritiekgevoelig.
Klassiek element: Aarde.
Psychologische
functie: Introvert en Extravert gewaarworden.
De
interne informatie van de stoffelijke middelen heeft te maken met:
bekrompen, strikt, omschreven, één karakter. Er is sprake van een
(min of meer dood) fysiek of stoffelijk lichaam zonder bewustzijn.
Plantenrijk
De
delen van een plant zijn ook onderverdeeld in rijken:
De
wortel is het meest stoffelijke deel van de plant.
De
steel of stam is het meest plantaardige gedeelte.
De
bloemen of vruchten zijn het meest dierlijke gedeelte.
De
hoofdeigenschappen van een plant zijn:
1. Aanpassing;
2. Voeding (absorberen, onderhouden, verteren, selecteren,
elimineren);
3. Groeien;
4. Reproduceren.
Het
gaat hier als toevoeging aan de existentiële kwesties van het
Mineralenrijk, om kwaliteit en goede reactie. In ziekte is de reactie
op situatie niet in orde en is er behoefte om goed te FUNCTIONEREN.
Kernwoorden: functie,
activiteit, aanpassingsvermogen, bloemen, vruchten, ontwikkeling,
opnemen, emoties, gevoelens, reproduceren, groei, structuur, leren,
proporties, systeem, volwassen, kwaliteit, reactie op de omgeving,
regulatie, voeding.
- Creatief en
uniek, Organisatie
- Initiatief, Groei,
Ontevreden.
- Onconventioneel,
Verlangt nieuwe ervaringen.
- Verliest zich zelf,
Inflatie, IJdelheid.
-
Sociaal betrokken, Behoefte aan gezelschap.
- Behoefte tot expressie.
-
Impulsieve emoties, Creatief, Romantisch, Artistiek.
-
Betoverend, Theatraal, Diffuus.
-
Onafhankelijkheid.
-
Toewijding boven zelfzucht.
- Kwetsbaar voor
invloeden van buiten, Veranderlijk.
Klassiek element:
Lucht.
Psychologische
functie: Extravert denken.
De
interne informatie is meer gecompliceerd, veel bestanddelen, een
systeem.
Onder
de onbewuste processen vallen het immuun of afweersysteem,
zelfgenezingskracht, het voortplantingsmechanisme, de stofwisseling,
de ademhaling, het geheugen, het functioneren van de zintuigen, het
instinct, de groeikracht.
Er
is sprake van een fysiek lichaam en een levenskracht met
onderbewustzijn (waar vanuit de levensprocessen gestuurd worden).
Dierenrijk
Het
Dierenrijk wordt gekenmerkt door:
1. Beweging: natuurlijk, gecontroleerd, vrijwillig en mentaal;
2. De vijf zintuigen: gezichtsvermogen, gehoor, reuk, smaak,
gevoel;
3. Voorstellingsvermogen, na seksuele stimulatie;
4. Voorstellingsvermogen door innerlijke kennis of geheugen;
5. Innerlijke stimulatie of opwinding voor behoeften van het
lichaam;
6. Innerlijke opwinding, voor emoties en mentale activiteit.
Het
dierlijke conflict heeft als toevoeging op de thema’s, existentie en
functioneren van het Mineralen en Plantenrijk, te maken met BEWEGING.
Kernwoorden:
beweging, zintuigen, verbeeldingskracht, opmerkzaam, identiteit, wil,
eer, emoties, gevoelens, instinct, verlangens, genieten, communicatie,
vechten (voor overleving), sociale positie, jagen, stem.
- Mobiel, streeft naar bevrediging.
- Streeft naar
verwezenlijking. Emotioneel, Wilskracht, Medeleven.
- Egocentrisch,
Gebruiken en misbruiken. Dictatoriaal, Agressief, Veeleisend.
- Achterdochtig, Onder
bedreiging van vijanden.
- Gebruik van eigen
kracht
- Passie, Instinct,
Seksueel
- Vernietigen, Vechten
- Besturen, Heersen.
Klassiek element: Water.
Psychologische
functie: Extravert voelen.
De
interne informatie in het middel heeft te maken met een meer verfijnd
systeem, het begin van een (dieren)geest.
Er
is sprake van een fysiek lichaam, levenskracht en bewustzijn (een ziel
met gewaarwording en emotie).
De ziel bevat het bewustzijn, de
sympathieën, antipathieën, hartstochten, het ervaren van pijn,
verdriet en angst.
Mensenrijk
De
getroffen activiteit bij het mensenrijk heeft als toevoeging op
de thema’s, existentie, functioneren en beweging van het Mineralen,
Plantenrijk en Dierlijke rijk, te maken met het(zelfbewust) denken:
Kernwoorden:
denken,
begrijpen, abstractie, spraak, bewustzijn, betekenis, religie,
waarden, controle.
- Visionair domineren, morele zorg.
- Moreel
verantwoordelijk, domineert en vormt anderen.
- Oppermachtig,
Ongelimiteerd, Spiritueel.
- Destructief, Moreel, Immoreel.
- Conflict tussen doel
en behoeften.
- Rijpe ontwikkeling
van volwassen ego.
- Zelfgevoel,
Onderscheiden ego
- Verbinding met zelf en anderen.
-
Integratie eigen primitieve driften met een sociaal acceptabele/
bruikbare/ nuttige expressie naar de buitenwereld.
Klassiek element: Vuur.
Psychologische functie: Extraverte intuïtie.
De interne informatie in het middel is meer
abstract en spiritueel.
Er
is sprake van een fysiek lichaam, levenskracht, ziel en zelfbewustzijn
(geest met individualiteit).
De geest bevat zelfbewustzijn,
objectiviteit, bewust geheugen, begrip, onderscheidingsvermogen,
moraal en eigen verantwoordelijkheid.
Universeel
rijk
P.Robbins:
Een aantal middelen, zoals Aqua marina, DNA en
Dioxine kunnen niet in deze classificatie van natuurrijken geplaatst
worden.
Deze middelen hebben bestanddelen en
eigenschappen gelijkmatig afkomstig uit alle natuurrijken en kunnen
geclassificeerd worden als afkomstig uit een Universeel rijk.
De andere groepen zijn als het ware afkomstig uit
dit Universele rijk, doordat hun individuele karakteristieken als
subgroep onderscheiden naar voren komen.
De thema’s van het Universele rijk:
2. Levensdoel, levensweg thema’s
3. Tijdloosheid, geen vaste structuur en grenzen
4. Perfectie, rust
5. Destructie, dood
Middelen kunnen ingedeeld worden volgens een schaal van sequentie of ontwikkeling.
Robbins betwijfelt of deze begint bij de Elementen en eindigt in het mensenrijk.
Dit alles is in een model weergegeven, waarbij er van uit gegaan wordt dat:
1. Het Universele rijk zich in alle andere rijken bevindt.
2. Elk ander rijk gezien kan worden als een gescheiden entiteit.
3. Elk rijk een stadium vertegenwoordigt in een ontwikkelingsreeks.
4. Het Universele rijk aan het begin staat van de reeks.
Het Universele rijk staat dus aan het begin en eind staat van de reeks van natuurrijken.
In het begin is er een vormloze toestand, met potentieel maar zonder structuur.
Dit zijn eigenschappen die passen bij het Universele rijk, welke dus aan het begin van de schaal staat, voor de elementen.
Aan de andere kant heeft het Universele rijk ook eigenschappen van een hogere ontwikkeling.
Dit betekent een stadium aan het eind van de ontwikkelingsschaal na het mensenrijk.
Dus het Universele rijk vertegenwoordigt zowel het initiële stadium voor het Elementen rijk, als het uiteindelijke stadium van ontwikkeling na het mensenrijk. Het lijkt erop dat het uiteindelijke doel van ontwikkeling, in zekere zin een terugkeer naar de oorsprong is, transcendentie.
- Integratie van het Zelf, Overstijgen van het Ego
- Extreme arrogantie of zelfverachting.
- Ogenschijnlijk dood. Niet betrokken, Autistisch, Absent, Rust, Vrij.
- Terug naar de eenheid, eenheid met iedereen
- Verzonken in het heden.
- Extreem, Buiten tijd en ruimte.
- Balans, Volledig geïntegreerd of onbalans, Gemakkelijk geprikkeld.
- Tijdloos, Verbinding met het oneindige, Ziel.
- Bovenzinnelijk ego, Transcendentie.
Klassiek element: Ether.
Psychologische functie: Kwintessens.