Het centrum van een mens is de Levenskracht:
Organon § 9: ”Als de mens
gezond is heerst de spirituele levenskracht (autocratie), die als
Dynamis het stoffelijke lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt.
Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardige harmonische, levende
werking, die zich uit in voelen en handelen, zó, dat de met verstand
toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan
bedienen voor de hogere bedoelingen van ons bestaan.”
De levenskracht heeft een aanpassend vermogen en het streeft altijd naar vervolmaking (innerlijke groei,
spirituele/persoonlijkheids ontwikkeling etc.), het zorgt er voor dat
nieuwe omstandigheden aanvaard kunnen worden en daardoor aanpassing naar
de omgeving gemaakt wordt.
Dit is de 'normale susceptibiliteit' (gevoeligheid, ontvankelijkheid), een natuurlijk
proces van assimilatie en eliminatie welke tot gezondheid leidt.
De levenskracht probeert dynamisch
deze existentiële aanpassingen te bewerkstelligen en doet dit d.m.v. het afweermechanisme.
Deze werking is hoofdzakelijk door het Psycho-Neuro-Endocrino-Immunologische
systeem (PNEI).
Door het bestaan van deze uit het constitutionele type (individualiteit)
bepaalde susceptibiliteit gaat
de levenskracht ook op de 'informatie' van specifieke belastende
prikkels in.
In het geval
zo'n belasting het draagvermogen van het organisme te boven gaat,
doordat deze te intens is of er door verzwakking binnen de
vitaliteit een predispositie of
root (aanleg, vatbaarheid) bestaat voor deze invloed, laat de
levenskracht zich verstoren en is er sprake van ziekte, een 'abnormale
susceptibiliteit'.
Prikkels kunnen ziekteverwekkers zijn, bijvoorbeeld bacteriën,
microben, virussen, schimmels, etc. of gebeurtenissen zoals
weersveranderingen, verdriet, een emotionele schok, ontsteltenis, etc.
Een verstorende invloed kan zowel het aangrijpingspunt hebben op het mentale,
psychische of fysieke niveau, maar is in uitwerking uiteindelijk altijd dynamisch.
Als de levenskracht niet alsnog voldoende weerstand aan de invloed kan
bieden door zich te herstellen kan de verstoring fataal zijn.
Lukt
herstel op eigen kracht binnen een korte periode wél en is de algemene
gezondheidstoestand hierna verbeterd, dan was er in beide gevallen
sprake van een acute ziekte.
In het geval de aanpassing blijvend is en niet voltooid kan worden is de
ziekte chronisch.
|
|
Organon § 11: ”Als de
mens ziek wordt, is in het begin alleen deze zelf werkzame levenskracht
(het levensbeginsel), die overal in zijn organisme aanwezig is,
'ontstemd' door de tegen het leven gerichte dynamische invloed van een
ziekmakend agens. Alleen een levensbeginsel, dat tot zo'n wanklank
verworden is, kan het organisme die nare gewaarwordingen bezorgen en het
zo abnormaal laten functioneren, dat we het ziek
noemen. Want deze kracht die op zichzelf onzichtbaar is en alleen te
merken door haar inwerking op het organisme, geeft slechts kennis van
haar ziekelijk ontstemd zijn, doordat het organisme in voelen en
handelen ziek blijkt (dat is de enige kant, die voor de zintuiglijke
waarneming van de geneeskundige open ligt). Dat wil zeggen: het ziekzijn
maakt zich kenbaar door ziektesymptomen
en door niets anders.”
Bij absolute gezondheid zou er geen susceptibiliteit voor ziekte
bestaan, omdat er dan altijd een volmaakt evenwicht met de omgeving is.
Omdat absolute gezondheid in dit (fysieke) bestaan onder de gegeven
omstandigheden niet mogelijk is, is er altijd sprake van een niet
volmaakte gezondheidstoestand.
Het organisme is dus altijd in min of meerdere mate chronisch ziek.
Er zijn predisposities aanwezig binnen de constitutie. Deze kunnen
beschouwd worden als constitutionele ziekten of de collectieve
morfologische, fysiologische en psychologische kwaliteiten die een mens
karakteriseren.
Deze invloeden vormen het zogenaamde
'gezonde' constitutionele
basistype, de (onvolmaakte) eigenschappen (structuur, temperament,
karakter etc.) die de 'natuurlijke individuele gesteldheid' bepalen.
Deze preëxistente verstoringen vertegenwoordigen in hun totaliteit een
algemene verzwakking ten opzichte van een absolute
gezondheidstoestand.
Deze zijnswijze blijft bijna
altijd onbewust en is min of meer gezond en vormt tevens de diepste
constitutionele predispositie voor het ontwikkelen van ziekte.
Door het bestaan van deze susceptibiliteit gaat de levenskracht als er
bepaalde veranderingen van de omgeving optreden, op deze 'prikkels' in
en kan daardoor eventueel. verstoord raken.
Dit is dus uiteindelijk de meest fundamentele oorzaak van ziekte.
Wanneer er een te sterke of langdurige aanleiding/stressfactor optreedt, die de tolerantie
van het individu te boven gaat kan een
predispositie geactiveerd worden.
Na activering bestaat er een
abnormale susceptibiliteit; Dit is de dynamische
verdedigingshouding op een specifieke bedreigende situatie en
overgevoeligheid voor deze belasting door de hiermee gepaard gaande verzwakking van de
levenskracht.
Organon § 63: ”Iedere kracht die op het leven inwerkt, ieder
geneesmiddel verandert min of meer de 'stemming' van de levenskracht en
veroorzaakt voor kortere of langere tijd bij de mens een bepaalde
verandering in zijn welbevinden: de zogenaamde primaire werking. Hoewel
deze door geneesmiddelkracht en levenskracht gezamenlijk geproduceerd
wordt, hoort ze toch meer bij het inwerkende agens. Onze levenskracht reageert
met haar energie op deze inwerking. Deze reactie hoort bij de kracht die
ons leven in stand houdt en gaat automatisch in zijn werk: de
zogenaamde secundaire- of tegenwerking.
Deze primaire reactie blijft
bestaan ook als de oorspronkelijke bedreigende situatie niet meer
aanwezig is, doordat de predispositie geactiveerd is.
Het organisme reageert vanuit
deze primaire verstoring
altijd als geheel op individuele
kenmerkende wijze. Dit is dus een gesteldheid of kenmerkende psycho-biologische
houding waar vanuit nu gereageerd moet
worden.
Het bestaan van een
'gesteldheid' is overigens op zich geen ziekte, bij gezondheid bestaat deze als
het natuurlijke unieke individuele reactiepatroon, welke nauwelijks
opvalt.
Organon § 8 voetnoot 1:
”...een dynamisch door de ziekelijk ontstemde levenskracht veranderde
zijnswijze van het organisme,... een gealtereerde conditie.
Organon § 19: ”Omdat ziekten dus alleen maar veranderingen
in het welbevinden van de gezonde mens zijn, die zich door
ziekteverschijnselen manifesteren en genezing
ook alleen maar mogelijk is doordat die
ziektetoestand weer in gezondheid wordt omgezet, kan men gemakkelijk
inzien, dat de geneesmiddelen
op geen enkele manier ziekten zouden kunnen genezen, als ze niet het
vermogen hadden de menselijke gesteldheid in haar gevoelens en functies
te veranderen. Het is zelfs alleen
dit vermogen, de conditie van de mens om te zetten, waarop hun
geneeskrachten berusten.”
Deze individuele expressie van
het organisme zorgt door de confrontatie met de omstandigheden voor
een (beperkte) verwerking in het
bewustzijnsniveau.
De secundaire reactie van het
organisme ontstaat wanneer er geen evenwicht met de omgeving vanuit
deze onnatuurlijke gesteldheid
kan bestaan. Deze situatie betekent een verdere belastende invloed voor het
organisme. De 'stress' van deze belasting moet nu onverwerkt
in het onderbewustzijn worden opgeslagen, een individuele suppressie.
De eerste symptomen van deze
ziekte-gesteldheid betreffen hoofdzakelijk het 'algemene
niveau'. Deze Centrale
Verstoring/pathologie bestaat uit de functionele
verstoring van het PNEI-systeem, door de directe dynamische werking van
de levenskracht.
Als dit bovengenoemde ontoereikend is zal zo perifeer mogelijk, om het
verdedigingsmechanisme centraal
te ontlasten, op 'lokaal fysiek
niveau', mede ook naar aanleg, organisch/structurele
pathologie toegestaan of in het leven moeten worden
geroepen; de Perifere Verstoring.
Het zijn dus de meer
karakteristieke symptomen van de totale
pathologie, die de Centrale Verstoring vertegenwoordigen, welke van
belang is om het benodigde middel te bepalen.
Pathologie is het gevolg van een blijvende reactie binnen het organisme op de
oorspronkelijke belastende invloed.
De pathologie vordert
naarmate de levenskracht verder verstoord raakt. Deze geïntensiveerde
uitingen dienen om zich van de overgevoeligheid van het afweermechanisme
te ontdoen en ter afscherming
van deze zwakte in het afweermechanisme.
Het organisme zal er altijd naar streven om deze symptomen op een zo min
mogelijk bedreigende perifere positie te houden.
Ziekte is op te vatten als een
archetypische verstoring van de levenskracht, een Centrale waan waarbij men reageert met een
overgevoeligheid, dus niet proportioneel op
omstandigheden, maar alsof men zich nu nog in de oorspronkelijke bedreigende
situatie van het verleden bevindt.
Ziekte ontstaat door ontkenning, ontwijking en onderdrukking van (onbewuste) negatieve
aspecten.
Het juiste homeopathische geneesmiddel bewerkstelligt een bewustwording
door de confrontatie met het gelijkende, waardoor weer proportioneel op
de omgeving gereageerd kan worden (expressie).
Doordat de verdrongen aspecten erkend worden
verdwijnt de waantoestand. Er wordt hierdoor een toestand van
welbevinden bereikt, waarbij de gezondheid, dus de normale
susceptibiliteit hersteld is.