Hahnemann
verklaarde dat de ontvankelijk voor Psora ontstond door
psychische stress, slechte voeding, slechte hygiëne en
moeilijke leefomstandigheden, door invloeden en symptomen.
Deze niet-miasmatische factoren verzwakken het
immuunsysteem en verhogen de ontvankelijkheid voor
infectieziekte.
Maar een infectie kan alleen symptomen oproepen als er
toch al een miasmatische predispositie aanwezig was, of
in het geval de invloed opgedrongen wordt.
Een verzwakking door zware omstandigheden legt bloot wat
er in potentie toch al aanwezig was. Het is moeilijk vol
te houden dat Psora in de menselijke constitutie geïntroduceerd
is door een infectie.
Psora is volgens Hahnemann de fundamentele oorzaak en
brengt alle acute en chronische niet-venerale ziekten
voort. Het is de échte fundamentele
oorzaak voor chronische ziekte,
waardoor ook de andere chronische miasma's in staat waren
vat te krijgen op een organisme.
Psora zou volgens Hahnemann zo krachtig zijn, dat vrijwel
iedereen voor de besmetting met dit miasma ontvankelijk
is.
In zijn boek 'Chronische ziekten' zegt Hahnemann over de
verschijnselen en klachten van Psora:
"Deze zijn
verschillend naar gelang van de verschillen in
lichamelijke constitutie van betrokkene, in zijn
erfelijke aanleg, in verschillende fouten bij zijn
opvoeding gemaakt, in zijn leefwijze en eetgewoonten,
zijn bezigheden, zijn geaardheid, zijn zedelijk gedrag
enz."
Hahnemann zag het miasma dus gescheiden van de
constitutie.
Door dit universele, algemene en besmettingskarakter van Psora,
ontbreekt een duidelijke verklaring voor de
individualisering in de miasmatheorie van Hahnemann.
Miasma's zijn beter op te vatten als specifieke,
preëxistente, archetypische verstoringen van de
levenskracht, los te zien van enige
nosologische entiteiten.
Elk mens maakt zijn eigen ziekte, of beter gezegd hij vormt pathologie, zowel in zijn psychisch-mentale persoonlijkheid en zijn fysieke organisme, in overeenstemming met een onbewuste beperkende factor, welke veroorzaakt wordt door een dynamische miasmatische verandering van zijn levenskracht. Deze ziekelijke, beperkende dynamische verstoringen (ziektekrachten) ontregelen het normaal functioneren van de levenskracht. Ze kunnen zich door de constitutie heen manifesteren en bepalen de aanleg, vorm, hoedanigheid en de ernst van het niveau van de ziekteprocessen, binnen die constitutie. Dit verklaart waarom er dus altijd individueel voorgeschreven moet worden. |
Elke cel heeft 'individualiteit'
en deze is gecodeerd in de genen. Deze genetische code is
hetzelfde in alle cellen en bepaalt het karakter van het
individu als eenheid.
De genetische code is samengesteld uit twee delen; het
specifieke en basis gedeelte.
De specifieke code bevat informatie overgeërfd via de
ouders over de soort en verworven karakteristieken als
gevolg van reactie op de omgeving.
Het tweede gedeelte is de basiscode, deze bevat
informatie waar elke cel (of het nu menselijk, plant of
dierlijk is) moet bezitten. Het vertegenwoordigt de code
van functies welke elke cel moet uitvoeren.
Alles wat leeft moet zich regenereren en doet dit op een
specifieke manier, volgens de volgende basisfuncties van
elke cel:
1. Homeostasis;
2. Groei;
3. Verdediging.
De universele hoofdmiasma's vertegenwoordigen de
verstoorde extensies van deze functies.
Organisatie: -> Gebrek
bij verstoring -> Psora.
Generatie: ->
Excessen bij verstoring -> Sycosis.
Verdediging: ->
Vernietiging bij verstoring ->
Syfilis.
We leven in een drie-dimensionale wereld. Elk individu is hoofdzakelijk drie-miasmatisch. Psorisch, Sycotisch en Syfilisch betekent niets meer dan een bepaalde tendens van de levenskracht. |
Organon § 9:
"Als de mens gezond is heerst de spirituele
levenskracht (autocratie), die als Dynamis het
stoffelijke lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt.
Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardige
harmonische, levende werking, die zich uit in voelen en
handelen, zó, dat de met verstand toegeruste psyche zich
vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen
voor de hogere bedoelingen van ons bestaan."
De miasma's zijn obstakels op de weg naar realisatie van
ons spirituele mogelijkheden.
Daarom zijn de vorderingen die we maken in die richting,
een teken van gezondheid, of vrijheid van miasma. Deze
positieve aspecten van het menselijk gedrag zijn ook
symptomen.
Gezondheid en ziekte liggen wederzijds in elkaar besloten.
Het zijn wisselende gezichten van één en dezelfde
entiteit, twee kanten van dezelfde medaille: de
individuele constitutionele toestand of archetypisch
patroon.
Ziekte is een geïntensifieerde respons op het leven, een
crisis van aanpassing op omstandigheden,
Er is geen verschil tussen een spontane en een
pathologische genezing. Zolang we leven worden we genezen.
Ieder pathologisch symptoom is een normaal fysiologisch
proces, zij het in extreme vorm.
Deze symptomen zijn dus manifestaties van het normaal
functioneren van het organisme, ziekte is een tijdelijk
intensivering van normale fysiologische functies, een
aspect van het leven en niet van een totaal gescheiden
lichaamsvreemde entiteit.
De kwaliteit van een miasmatisch symptoom is 'afhankelijkheid,
de essentie van een niet-miasmatisch symptoom is 'vrijheid'.
H. van der Zee gaat
hierin nog een stap verder en ziet deze symptomen als
tegenovergestelde uitingsvormen van hetzelfde fenomeen.
Deze zienswijze heeft tot gevolg dat een progressie van
Psora, Sycosis naar Syfilis niet altijd een degeneratie
proces hoeft te betekenen, de positieve kwaliteiten van
het individu kunnen ook toenemen.
Ziekte en daardoor miasma's ons in de weg staan bij de
vervulling van de 'hogere bedoelingen van ons bestaan'.
Maar na een goed doorgemaakte ziekte kan men in een
betere gezondheidstoestand komen, dan voordien het geval
was.
In geval van ziekte moet er een nieuwe
gezondheidstoestand bereikt worden, i.p.v. dat de oude
hersteld wordt.
Dus aan de ene kant is het zo dat ziekte ons hindert bij
de vervulling van de 'hogere bedoelingen van ons bestaan'
(wanneer de aanpassing niet gemaakt kan worden).
Aan de andere kant is het tegenovergestelde ook waar: als
de 'hogere bedoelingen van ons bestaan' niet vervuld
kunnen worden, worden we ziek (wanneer we ons niet kunnen
aanpassen).
Het leven is een proces, de miasma's zijn steeds
terugkerende fasen waardoor het leven verloopt.
Miasma zijn dus corrigerende energieën, die betrokken zijn bij het overwinnen van noodzakelijke obstakels gedurende het individuatie proces. |
Als we blijven steken op een
zeker punt van zo'n fase is er sprake van pathologie.
Hoe hoger een individu persoonlijk ontwikkeld is, of hoe
verder het karakter van de huidige ontwikkelingsfase is,
des de dieper ook de pathologie bij ziekte zal zijn,
omdat de risico's op grotere hoogte evenredig met de
groei toegenomen zijn.
Hieruit volgt dat de ernst van de pathologie van Psora,
naar Sycosis en naar Syfilis zal toenemen.
Hahnemann heeft alleen de ziektestaat, de schaduwkant van
de miasma's beschreven, maar niet de gezonde positieve
kanten. Door de nadruk op de negatieve gevolgen van een
infectie te leggen worden de miasma's als negatieve
factoren bestempeld die overwonnen moeten worden, maar
niet als mogelijkheden tot groei voor het individu.
Organon § 2:"Het
hoogste ideaal van genezen is een snel, zachtzinnig en
duurzaam herstel van gezondheid, of wel de opheffing en
vernietiging van de ziekte in haar gehele omvang, op de
kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze, volgens
goed begrijpelijke beweegredenen."
Zoals symptomen ons de werking van de levenskracht laten
zien bij het herstellen van gezondheid, zo laten de
chronische ziekten ons de werking van de miasma's zien
bij het richting geven aan ons leven.
De pre-miasmale/ zwevende gesteldheid (paradijs) is een
toestand voor de incarnatie, of anders gezegd de pre-persoonlijkheid
fase.
Kwaliteiten: onschuldig, vredig,
begeerteloos, tevredenheid.
Pathologie: identiteitsloos,
onbegrensd.
Tijdens de 'vertrekkende/
nostalgisch streven, (de verdrijving uit het paradijs)'
fase Psora,
leren we de wereld kennen en vormen we onze positie in
relatie met deze wereld (persoonlijkheid).
Kwaliteiten: nieuwsgierigheid,
initiatief, verwachting, kennis.
Pathologie: schaamte, onveilig.
Tijdens de 'neerdalende/ hopeloos verduren, (fixatie,
geen uitweg)' fase, Sycosis,
vinden we delen in ons zelf die we weggestopt hebben en
niet bewust gebruiken, en brengen ze aan het oppervlak (schaduwkant).
Kwaliteiten: eerlijkheid,
bescheidenheid, uithoudingsvermogen, medeleven,
aanpassing, tolerantie, vriendschap, vergevingsgezind.
Pathologie: zelfverachting,
kwade, slecht, gespleten.
Tijdens de 'stijgende/ hoopvol
vechten, (dood-wedergeboorte strijd)' fase, Syfilis verenigen we onze tegengestelde
delen en benutten we onze nieuw ontdekte kwaliteiten met
onze wil en bewustzijn creatief (anima en animus).
We ontdekkende spiritualiteit in ons zelf en leren
verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld en gebruiken
deze krachten ten gunste van iedereen.
Kwaliteiten: creatief, moed, altruïsme,
verantwoordelijkheid, liefde, dienstbaarheid.
Pathologie: isolatie,
zelfzucht, vijandigheid.
Tijdens de 'verzoening/ vervullende transformatie, (dood-wedergeboorte
ervaring)' fase, Acuut miasma,
vernietigen we onze creaties om plaats te maken voor
verandering en groei (zelfrealisatie).
Kwaliteiten: visie, inzicht,
transcendentie, vrijheid, wijsheid, verlichting.
Pathologie: waanbeelden
van verhevenheid, acuut gevaar.
Miasmatische ziekten zijn in staat direct het
immuunsysteem te beïnvloeden en hebben het potentieel om
tot auto-immuunziekten, immuno-deficiëntie en
degeneratieve ziekten te leiden. Dit maakt de
miasmatische ziekten anders dan de niet-miasmatische
ziekten, zoals emotionele spanning, psychische trauma's
of fysieke stress, welke direct het zenuwstelsel raken.
Het blijft de taak van de homeopaat het simillimum voor
te schrijven op grond van de symptomen van de patiënt.
Maar als de symptomen niet eenduidig naar één middel
wijzen, kunnen we het model van de miasma's gebruiken om
te kijken in welke fase de patiënt is en daardoor beter
begrijpen wat er genezen dient te worden en welke groep
van middelen geïndiceerd is.
Een miasmatische (dynamische) verstoring dringt de
constitutie binnen volgens een bepaald patroon en
versterkt hierdoor de al bestaande miasmatische
gesteldheid.
Waar het miasma samenvalt met de karakteristieken van de
constitutie, is sprake van symptomatologie.
De miasmatische kracht ontregelt de levenskracht en dat
resulteert in ziekte. Er is altijd een strijd gaande in
het lichaam tussen beide; in gezondheid wint de
levenskracht en bij ziekte wint de miasmatische kracht.
Het aantal
betrokken miasma's en hun intensiteit
geven de mate van chronische
verzwakking van de levenskracht aan.
Onderdrukking versterkt dus de miasmatische invloed,
genezing volgens de Regels van Hering is dus anti-miasmatisch.
De mate van verstoring van de
levenskracht is evenredig met de mate van onderdrukking d.w.z.
de mate waarin de levenskracht een invloed blijvend is
opgedrongen.
Naast de verstoring op het dynamische vlak, beschadigt
het gif van de ziekte de genetische codering van het DNA.
Deze onverwerkte invloeden zorgen
voor desintegratie op onbewust en cellulair niveau.
Homeopathische gepotentieërde middelen zijn bij
chronische gevallen in staat (d.m.v. de verbeterde
levenskracht), om te penetreren in het chromosoom niveau
met een chemische invloed, welke de genetische defecten (gen-mutaties)
corrigeren (=reverse mutatie).
In acute gevallen stimuleren deze middelen vooral de
organisme specifieke antilichaam immunologische respons.
Hierdoor wordt een miasma door sommigen een: 'genetische
codering van de DNA-chromosomen door de verschillende
agressies waaraan het menselijke ras door de generaties
heen is blootgesteld' genoemd.
Toxische invloeden zoals bepaalde medicijnen worden vroeg
of laat op de omgezet in de miasma's, vooral in Psora.
De levenskracht wat overigens geen synoniem voor 'immuunsysteem'
is, is superieur aan DNA. De miasmatische verstoring is
primair dynamisch, dus om miasma uitsluitend 'materieel'
vanuit de cel te willen verklaren is principieel onjuist.
Erfelijkheid, DNA speelt wel een rol bij het ontstaan bij
ziekte, maar ook genetische factoren zijn secundair; ze
hoeven niet noodzakelijkerwijs manifest te worden.
Wanneer een miasma als een 'genetisch overgedragen ziekte'
gedefinieerd wordt, dan laat dit het verworven miasma
buiten beschouwing.