Dr.H.Reckeweg heeft een gedegen wetenschappelijk model van
ziektegenese opgezet ter ondersteuning van de Klassieke Homeopathie.
Homotoxicologie komt voort
uit het fundamentele feit dat alle vitale processen betrokken zijn bij
de omvorming van chemisch werkzame stoffen. In geval van ziekte zijn
deze chemische substanties de toxische stoffen van de ziekte.
Reckeweg gebruikte de term ‘homotoxine’ in de zin van:
‘menselijk toxine’, dit zijn substanties die giftig zijn voor de
mens en die niet snel genoeg afgebroken kunnen worden om onschadelijk
te blijven.
Reckeweg ziet ziekte als een agens gerelateerd reactieproces, waar
homotoxinen (gifstoffen) bepaalde symptomen kunnen oproepen, zoals
bijvoorbeeld ontstekingen.
In de homotoxineleer is ziekte
enerzijds te beschouwen als de uitdrukking van een
biologisch-doelmatig afweerproces van het lichaam tegen exogene en
endogene homotoxines en anderzijds als een poging van het organisme om
de reeds opgelopen homotoxinevergiftiging door compensatie te
herstellen.
De
‘ziekte’ kan dus van tweeërlei oorsprong zijn: of is het de
reactie van het lichaam (in het
humorale stadium, in de
uitscheidings-, reactie- en neerslagfase) op lichaamseigen- of
vreemde homotoxine, of het is om de een of andere reden, de schade
door de homotoxine reeds aangebracht en zal het organisme nog reageren
in zijn cellulair stadium (impregnatie-, degeneratie- neoplasmefase).
Reckeweg zijn homotoxicologie is gebaseerd op een dynamisch concept
van ziekte. Ziekten zijn processen, klinische beelden en
syndroommanifestaties, die er op duiden dat het lichaam vecht met
toxinen en poogt zich hiervan te ontdoen. Iedere pathologische
toestand is dus slechts een ontgiftigingsreactie van het organisme (op
humoraal of cellulair vlak), dat hierdoor probeert zich te verweren
tegen een homotoxineaanval, of een reeds aangerichte homotoxineschade
te herstellen.
De afweerstrijd dat het lichaam tegen de homotoxine levert en
de poging om een reeds ondergane homotoxinebeschadinging ongedaan te
maken, speelt zich op verschillende achtereenvolgende niveaus af.
Recheweg beschrijft zes pathologische ‘homotoxicose’-verdedigingsfasen,
waarbij exo- en endogene toxinen in steeds ernstigere mate het
organisme belasten.
Het organisme streeft er naar zich door middel van (1) excretie
of (2) reactie (ontsteking) van toxinen te ontdoen of deze
extracellulair op te slaan; (3) depositie.
Het lichaam zal dus in eerste instantie de homotoxineaanval langs de
normale fysiologische uitvalswegen uitscheiden (1.
excretie of uitscheidingsfase).
Het lichaam kan ook - als het moet - homotoxines op een
verhoogde pathologische wijze uitschakelen, zoals bijvoorbeeld door
etter (2.
reactiefase) of
de homotoxine laten bezinken (3.
depositie of neerslagfase).
In de eerste drie
fasen is het lichaam erin geslaagd de schade beperkt te houden tot het
humorale stadium en heeft de
cellen en organen voor homotoxineschade weten te behoeden. Deze drie
fasen noemde Reckeweg humoraal. Ze zijn nog omkeerbaar want de organen
of cellen worden niet beschadigd.
Is dit onvoldoende voor de verwerking van de toxische belasting, dan
wordt de ‘biologische scheidingslijn’ overschreden en worden de
toxinen een intracellulaire belasting,
(4) impregnatie. De laatste twee fasen
zijn uiteindelijk: (5) degeneratie- en (6) neoplasma
(carcinogene processen).
Deze drie cellulaire fasen
zijn niet omkeerbaar, althans niet spontaan en vereisen een intensieve
biologische behandeling.
Bij inwerking van zeer virulente homotoxines (carcinotoxines), of
door onderdrukking van de voorgaande drie humorale fasen,
zullen de homotoxines de intracellulaire structuren aangrijpen en
beschadigen.
Dit geldt des te meer wanneer de onderdrukking van de humorale afweer
gebeurd is door middel van toxische chemotherapeutica, die
rechtstreeks de cellen en organen beschadigen (dus niet alleen via
onderdrukking).
De (4.
impregnatiefase)
is dan de eerste van het cellulaire stadium en bestaat uit het
binnendringen van homotoxine in de celstructuren. Een verdere
vergiftigingsfase is de (5.
degeneratieve fase):
de celstructuren (genen) worden er aangegrepen en verstoord. De
uiteindelijke vergiftigingsfase is de (6.
neoplasmafase of kankerfase).
In deze ultieme fase wordt de reversibiliteit langzamerhand ongedaan
gemaakt en de voorgaande fasen houden op zich in enige vorm te
manifesteren. In de neoplasmafase nestelt de homotoxine zich
definitief. Het is ook om deze reden dat vele mensen waarbij zich
kanker manifesteert - d.i. wanneer de homotoxine in deze zesde fase
ongestraft en ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan, dikwijls beweren
'nooit tevoren ziek te zijn geweest'. De ziekten - de eigenlijke
fysiologische uitscheidings- en uitstotingsprocessen - werden bij deze
mensen immers 'genezen' (lees: onderdrukt) waardoor ze uiteindelijk in
de neoplasmafase belandden.
In de fasen 4 t/m 6 ondergaat het lichaam het vergiftigingsproces.
Niettemin verweert het organisme zich nog in deze fasen en probeert
het de leefbaarheid zo lang en zo goed mogelijk te vrijwaren. Zo zal
het lichaam nieuwe afvoerwegen creëren om zich nog van de homotoxines
te ontdoen. Zulke geďmproviseerde uitvalswegen zijn bijvoorbeeld
fistelvorming.
Elkaar opvolgende ziekte(fasen) zijn dikwijls niets anders dan de
achtereenvolgende onderdrukking van één en hetzelfde lichaamseigen
afweerproces tegen homotoxines, waarbij de onderdrukte homotoxine zijn
geluk zoekt in een verdere fase van het humorale naar het cellulaire.
Een onderdrukkende behandeling leidt tot een gevaarlijke bevordering
in de richting van de cellulaire fasen. Reckeweg noemt dit: progressieve
vicariatie. Bij deze overgang gaat ook wat wij als ziekte
waarnemen, in een klinisch volledig andere ziekte over. De klassieke
voorbeelden van de door de huidspecialiste 'genezen' huidaandoening,
dat jaren later als maagzweer of longaandoening opnieuw opkomt zijn
overbekend.
Een biologische behandeling uitgaande van de homeopathische principes
leidt tot een verschuiving naar de ontgiftende humorale fasen en wordt
regressieve vicariatie genoemd.
Deze is biologisch en prognostisch gunstig en gaat steeds gepaard gaat
met een heropleven van het afweer- en ontgiftigingsmechanisme en met
de lichaamseigen middelpuntvliedende afscheidingsvermogen. Op deze
terugweg, zullen dikwijls vroegere ziektebeelden optreden, hetgeen een
gunstige mijlpaal betekent op weg naar de genezing.
Reckeweg ziet de reactie van het organisme als een systeem van
‘grotere afweer’. Dit grotere afweersysteem bestaat uit vijf
subsystemen die onderling met elkaar verbonden zijn en welke de
toxinen zonder schade verwerken bij hun verdedigingsinspanning.
Deze subsystemen omvatten het volgende:
1. De productie van antilichamen;
2. Afweer door de inzet van bepaalde hormonen;
3. Toxineafweer door het zenuwstelsel;
4. Ontgifting via de lever;
5. Ongifting via de bindweefsels.
De bindweefsels vertegenwoordigen een uitgebreid opname- en
drainagesysteem, welke de afvalstoffen die van de cellen komen,
opneemt of ze afvoert via de lymfe.
De drie (humorale) fasen zijn overwegend uitscheidingssporen die
parallel met de cellulaire fasen verlopen. Door de giftuitscheiding
door de humorale fasen, zullen de cellulaire fasen gespaard blijven
van de homotoxinen.
Ook al is dit model een meer materiële opvatting van ziekte, toch
zijn er parallellen met de miasmaleer. De excretiefase waarbij het tot
een uitscheiding naar de huid of slijmvliezen komt, kan men de
Psorafase noemen.
De impregnatie-depositie fase waar de afvalstoffen in de
sub-oppervlakkige lagen terechtkomen, de in hiërarchie gezien minder
belangrijke weefsels zoals bindweefsel, pezen, spieren en gewrichten,
heeft een relatie met Sycose.
In de degeneratie-neoplasma fase raken ook de hiërarchisch
belangrijker weefsels en organen geďmpregneerd met afvalstoffen
waardoor degeneratie en ontaarding optreedt, heeft een relatie met het
Syfilische miasma.
De excretiefase correspondeert met het Acute miasma,
De Reactiefase met Psora,
De Depositiefase met Sycosis,
Impregnatiefase met Sycosis/ Tuberculosis,
De Degeneratiefase met Syfilis
De Neoplasmafase met Carcinosis/ Aids.
Bij een ziekteproces in de Excretiefase of in de Neoplasmafase, welke
een vergelijkbare ziektedynamiek als een Acute ziekte hebben,
kan een intensieve herhaling (Methode A.U. Ramakrishnan)
noodzakelijk zijn.
Ook Hahnemann had ervaring met dit fenomeen:
Organon § 282 voetnoot 1:
”Op de regel, dat men bij de homeopathische behandeling van de
chronische ziekten met de kleinst mogelijke doses moet beginnen en ze
pas heel geleidelijk moet verhogen, bestaat een opmerkelijke
uitzondering in de behandeling van de drie grote miasmata, zolang ze
zich nog op de huid manifesteren, d.w.z. bij de recent uitgebroken
schurft, de onbehandelde sjanker en condylomata.
Verder sluit de beschrijving van Reckeweg goed aan bij de Regels van
Hering en de visie van Sehgal, hoe ziekte tot stand komt en genezing
moet plaatsvinden.
Het
‘Centre of Present, Predominating and Persisting
symptoms', (Mentals &
Mental expressions), wordt volgens
Sehgal vertegenwoordigd door algemene en meest gewone uitingen die
verbonden zijn met het onderliggende oorzakelijke type toxine, dat
verantwoordelijk is voor het creëren van deze onnatuurlijk toestand
in het lichaam.
|
|