Een mens is hoofdzakelijk samengesteld uit vier niveaus:
1. Spiritueel niveau;
2. Mentaal niveau;
3. Emotioneel/ Psychisch niveau;
4. Het Fysieke / Stoffelijke niveau.
Het fysieke lichaam kan zich alleen via de materie manifesteren en ontstaat uit de erfelijkheid.
De levenskracht zorgt voor het leven in het stoffelijke lichaam.
De bron van het leven is het Zelf, de innerlijke essentie. De energie van het immateriële wezen, vloeit van het Spirituele en het Emotionele, naar het dynamische niveau van de levenskracht en vervolgens naar het materiële organisme.
De mens is een bio-psycho-spirituele eenheid, de psyche is de persoonlijkheid als geheel, het omvat alle gedachten, gevoelens en gedragingen van de mens, zowel bewust als onbewust.
De psyche kent vele lagen: het bewuste, bovenbewuste, persoonlijk en collectieve onbewuste.
Het bewuste niveau komt vooral tot uitdrukking via het Geestelijke/ Mentale en het Emotionele niveau, door middel van het Centrale zenuwstelsel.
De onbewuste instinctieve levenskracht komt vooral tot uitdrukking via het Autonome zenuwstelsel en de Endocriene klieren. Beide oefenen invloed uit op het fysieke organisme, waar zowel de bewuste als onbewuste aspecten van een mens samenkomen.
- Geestelijk niveau: Wil, creativiteit, zelfbewustzijn
- Mentaal niveau: Intellect, begrip, logica, geheugen
- Emotioneel niveau: Psychische gewaarwording, affectief bewustzijn
- Fysieke organisme/ Levenskracht: Motorische activiteit en instinctieve biologische processen/ reflexen/ Onderbewustzijn
Doordat het Geestelijke, Emotionele en het Fysiek erfelijke niveau niet helemaal bij elkaar aansluiten, bestaat het temperament dat de verbinding of evenwicht tussen deze niveaus mogelijk moet maken. Temperament is een on(der)bewuste eigenschap, waarmee men in eerste instantie reageert op de omgeving los van emoties en denken. Het temperament is de aangeboren psychische predispositie, welke nauw samen hangt met de lichamelijke constitutie. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen de klassieke temperament en de definitie volgens David Keirsey. Het klassieke temperament staat dichter bij de lichamelijke constitutie en betreft meer algemene reactiepatronen, welke na of tijdens behandeling van de constitutie een voorschrift nodig kunnen hebben met plantenmiddelen, zoals Nux vomica, Bryonia, Rhust-t, Pulsatilla, etc. Het Keirsey temperament gaat dieper en betreft de individuele dynamiek, dit komt overeen met het niveau van de Vitale sensatie. Het temperament is dus niet slechts een middel ter onderverdeling of een classificatiemodel van het waarneembare gedrag, maar het is het onderliggende gedragspatroon dat uitdrukking geeft aan de essentiële psychologische behoeften van het individu. Het is de drijvende kracht achter alle gedragingen en houdingen, levensperspectief en hieraan gerelateerde capaciteiten en talenten om dit ultieme basisthema van de persoon tot ontplooiing te brengen. Dit dynamische patroon vanuit de individuele kern is aangeboren.
De ontwikkeling van de persoonlijkheid moet dit potentieel verwezenlijken.
Deze drijfveer van het Zelf blijft altijd bestaan en doorwerken, ook al lijkt het soms dat andere patronen meer aan het oppervlak zijn. De individuele of psychische energie laat de persoonlijkheid functioneren en betreft alle begeerten, strevingen en verlangens.
Deze energie noemt Jung de libido. Het is de kracht achter het zoeken naar de eenheid achter de tegenstellingen om te komen tot het aanvaarden van het eigen ware ingeboren zelf. Dit houdt in dat men zich bewust wordt van het temperament, ingewortelde gewoontes, automatismen, aangeboren of verworven door de conditionering tijdens de eerste levensjaren.

Het temperament is de
basis van de persoonlijkheidsontwikkeling.
Persoonlijkheid heeft twee kanten: temperament en karakter, welke in
onderlinge samenhang bestaan.
Temperament is een configuratie van neigingen, terwijl het karakter een
configuratie is van gedragingen als gevolg van de ontwikkeling door de
interactie van temperament en milieu.
De persoonlijkheid is een complexe entiteit, welke is opgebouwd uit
verschillende lagen van zowel lichaam en geest, zoals biologische
behoeften, endocriene klierfuncties, neurologische reactiepatronen,
emoties etc., waardoor het niet eenvoudig is de ware diepte hiervan te
doorgronden. Het is een dynamisch systeem dat continu onderhevig is aan
veranderingen, het is te beschouwen als een min of meer onafhankelijk
energiesysteem.
De representant van de persoonlijkheid is het ego of persoonlijke zelf,
dit is het gedeelte dat de individualiteit uitdrukt.
Het actieve ego wijzigt van moment tot moment, afhankelijk van de
omstandigheden.
Het ego is de hoofdspeler
van de aanwezige psychisch-mentale gesteldheid.
Het is op zichzelf een neutrale entiteit, maar om zich uit te kunnen
drukken identificeert of associeert het zich met objecten, zoals een
lichamelijke functie, kwaliteit, gemoedstoestand of externe
omstandigheden. Het ego wordt tevens beïnvloedt door sociale, culturele
of ethische invloeden. Het ego, het relatieve ik, heeft over het
algemeen het zelfbeeld, betreffende wie of wat men zich verbeeld te zijn
en dat voorkomt uit het verlangen naar sociale verbondenheid en
waardering. Het is het bewuste gedeelte van de psyche dat de
verschillende elementen van de individualiteit samenhang geeft. Wanneer
het ego gebaseerd is op zaken anders dan de aangeboren individualiteit,
is er sprake van een vals of onrijp ego.
De individualiteit verbonden aan de perceptie van het ego (ego-waan) vertegenwoordigt niet de essentie van de persoon en is dus niet geschikt om het individuele simillimum op voor te schrijven.
Het hierop passende
middel vertegenwoordigt een lagenvoorschrift op het Psora miasma, welke
de veranderde constitutie ten gevolge van de chronisch onderdrukte
energie vertegenwoordigt. Het temperament vormt wel een integraal
onderdeel van dit voorschrift.
Bij het bereiken van een hoog niveau van zelfbewustzijn (individuatie),
wijst het ego wel naar de ware basis van de persoonlijkheid, het Zelf.
Deze onderliggende drijfveer moeten afgeleid worden van de waargenomen
gedragspatronen in tijd en hun verscheidene contextuele uitingsvormen.
Hippokrates
beschreef als eerste het verband tussen de vier klassieke elementen, Vuur
Water, Lucht en Aarde en het Sanguinische, Flegmatische,
Melancholische en Cholerische temperament. Ieder mens heeft
in zijn constitutie de vier elementen in zich, maar niet in dezelfde
verhouding.
De vier elementen zijn uniek en verschillen van elkaar in kwaliteit,
maar zijn gelijk in hiërarchie en elkaar aanvullend in werking.De
combinatie Vuur en Lucht vertegenwoordigt de levenskracht, gerelateerd
aan Hart en Longen. De natuurkrachten worden uitgedrukt door Aarde en
Water, met de Lever als centrale plaats bij dezen aan de stofwisseling
gerelateerde processen.De psychische kracht is opgebouwd uit Ether en
zetelt in de pijnappelklier.
|
|
Verschillende
karakterstructuren ontstaan doordat structuurelementen elkaar compenseren,
bestrijden of zich juist verenigen. Door compensatie
ontstaat een zeker evenwicht tussen contrasterende eigenschappen. De
distributie van de energie is gericht op het evenwicht tussen deze
verschillende psychische structuren.
De hoeveelheid energie neemt in principe niet af, maar wordt verplaatst
en herverdeeld. Als energie lijkt te verdwijnen, dan is deze verplaatst
naar het (collectieve) onbewuste.
Symptomen vertegenwoordigen mijlpalen in het evolutionaire proces dat
gericht is op het realiseren van een potentieel inherente, ideale
persoonlijkheid. Het geheel dat voorkomt uit de oplossing en integratie
van tegengestelde elementen.
Temperament en
Interactiestijl:
|
Hippokrates
(Klassiek) - Cholerisch |
Hippokrates
(Klassiek) - Sanguinisch |
|
Hippokrates
(Klassiek) - Melancholisch |
Hippokrates
(Klassiek) - Phlegmatisch |