Er zijn verschillende type mensen te onderscheiden die zich allemaal
weer anders gedragen, dit verschil komt door het temperament.
Een mens is hoofdzakelijk samengesteld uit drie niveaus:
1. Spiritueel/ Mentaal niveau;
2. Emotioneel/ Psychisch niveau;
3. Het Fysieke / Stoffelijke niveau.
Het fysieke lichaam kan zich alleen via de materie manifesteren en
ontstaat uit de erfelijkheid.
De levenskracht zorgt voor het leven in het stoffelijke lichaam.
De bron van het leven is het Zelf, de innerlijke essentie. De energie
van het immateriële wezen, vloeit van het Spirituele en het Emotionele,
naar het dynamische niveau van de levenskracht en vervolgens naar het
materiële organisme.
De mens is een eenheid, de psyche is de persoonlijkheid als geheel, het
omvat alle gedachten, gevoelens en gedragingen van de mens, zowel bewust
als onbewust.
De psyche kent vele lagen: het bewuste, bovenbewuste, persoonlijk en
collectieve onbewuste.
Het bewuste niveau komt vooral tot uitdrukking via het
Geestelijke/ Mentale en het Emotionele niveau, door middel van het
Centrale zenuwstelsel.
De onbewuste instinctieve levenskracht komt vooral tot
uitdrukking via het Autonome zenuwstelsel en de Endocriene klieren.
Beide oefenen invloed uit op het fysieke organisme, waar zowel de
bewuste als onbewuste aspecten van een mens samenkomen.
- Geestelijk niveau: Wil, creativiteit,
zelfbewustzijn
- Mentaal niveau: Intellect,
begrip, logica, geheugen
- Emotioneel niveau: Psychische gewaarwording, affectief
bewustzijn
- Levenskracht: Onderbewustzijn
- Fysieke organisme: Motorische activiteit en instinctieve
biologische processen/ reflexen.
Doordat het Geestelijke, Emotionele en het Fysiek erfelijke niveau niet
helemaal bij elkaar aansluiten, bestaat het temperament dat de
verbinding of evenwicht tussen deze niveaus mogelijk moet maken.
Temperament is een on(der)bewuste eigenschap, waarmee men in eerste
instantie reageert op de omgeving los van emoties en denken. Het
temperament is de aangeboren psychische predispositie, welke nauw samen
hangt met de lichamelijke constitutie. Hierbij moet onderscheid gemaakt
worden tussen de klassieke temperament en de definitie volgens David
Keirsey. Het klassieke temperament staat dichter bij de lichamelijke
constitutie en betreft meer algemene reactiepatronen, welke na of
tijdens behandeling van de constitutie een voorschrift nodig kunnen
hebben met polychresten, zoals Nux vomica, Bryonia, Rhust-t, Pulsatilla,
Arsenicum, Phosphorus, etc. Het Keirsey temperament gaat dieper en
betreft de individuele dynamiek, dit komt overeen met het niveua van de
Vitale sensatie. Het temperament is dus niet slechts een middel ter
onderverdeling of een classificatiemodel van het waarneembare gedrag,
maar het is het onderliggende gedragspatroon dat uitdrukking geeft aan
de essentiële psychologische behoeften van het individu. Het is de
drijvende kracht achter alle gedragingen en houdingen, levensperspectief
en hieraan gerelateerde capaciteiten en talenten om dit ultieme
basisthema van de persoon tot ontplooiing te brengen. Dit dynamische
patroon vanuit de individuele kern is aangeboren.
De ontwikkeling van de persoonlijkheid moet dit potentieel
verwezenlijken.
Deze drijfveer van het Zelf blijft altijd bestaan en doorwerken, ook al
lijkt het soms dat andere patronen meer aan het oppervlak zijn. De
individuele of psychische energie laat de persoonlijkheid functioneren
en betreft alle begeerten, strevingen en verlangens.
Deze energie noemt Jung de libido. Het is de kracht achter het zoeken
naar de eenheid achter de tegenstellingen om te komen tot het aanvaarden
van het eigen ware ingeboren zelf. Dit houdt in dat men zich bewust
wordt van het temperament, ingewortelde gewoontes, automatismen,
aangeboren of verworven door de conditionering tijdens de eerste
levensjaren.
Het temperament is de
basis van de persoonlijkheidsontwikkeling.
Persoonlijkheid heeft twee kanten: temperament en karakter, welke in
onderlinge samenhang bestaan.
Temperament is een configuratie van neigingen, terwijl het karakter een
configuratie is van gedragingen als gevolg van de ontwikkeling door de
interactie van temperament en milieu.
De persoonlijkheid is een complexe entiteit, welke is opgebouwd uit
verschillende lagen van zowel lichaam en geest, zoals biologische
behoeften, endocriene klierfuncties, neurologische reactiepatronen,
emoties etc., waardoor het niet eenvoudig is de ware diepte hiervan te
doorgronden. Het is een dynamisch systeem dat continu onderhevig is aan
veranderingen, het is te beschouwen als een min of meer onafhankelijk
energiesysteem.
De representant van de persoonlijkheid is het ego of persoonlijke zelf,
dit is het gedeelte dat de individualiteit uitdrukt.
Het actieve ego wijzigt van moment tot moment, afhankelijk van de
omstandigheden.
Het ego is de hoofdspeler
van de aanwezige psychisch-mentale gesteldheid.
Het is op zichzelf een neutrale entiteit, maar om zich uit te kunnen
drukken identificeert of associeert het zich met objecten, zoals een
lichamelijke functie, kwaliteit, gemoedstoestand of externe
omstandigheden. Het ego wordt tevens beïnvloedt door sociale, culturele
of ethische invloeden. Het ego, het relatieve ik, heeft over het
algemeen het zelfbeeld, betreffende wie of wat men zich verbeeld te zijn
en dat voorkomt uit het verlangen naar sociale verbondenheid en
waardering. Het is het bewuste gedeelte van de psyche dat de
verschillende elementen van de individualiteit samenhang geeft. Wanneer
het ego gebaseerd is op zaken anders dan de aangeboren individualiteit,
is er sprake van een vals of onrijp ego.
De individualiteit
verbonden aan de perceptie van het ego (ego-waan) vertegenwoordigt niet
de essentie van de persoon en is dus niet geschikt om het individuele
simillimum op voor te schrijven.
Het hierop passende middel vertegenwoordigt een lagenvoorschrift op het
Psora miasma, welke de veranderde constitutie ten gevolge van de
chronisch onderdrukte energie vertegenwoordigt.
Het temperament vormt wel een integraal onderdeel van dit voorschrift.
Bij het bereiken van een hoog niveau van zelfbewustzijn (individuatie),
wijst het ego wel naar de ware basis van de persoonlijkheid, het Zelf.
Deze onderliggende drijfveer moeten afgeleid worden van de waargenomen
gedragspatronen in tijd en hun verscheidene contextuele uitingsvormen.
Temperament en
Interactiestijl:
|
Hippokrates
(Klassiek) - Cholerisch |
Hippokrates
(Klassiek) - Sanguinisch |
|
Hippokrates
(Klassiek) - Melancholisch |
Hippokrates
(Klassiek) - Phlegmatisch |
Hippokrates beschreef als eerste het verband tussen de vier
klassieke elementen, Vuur Water, Lucht en Aarde en het Sanguinische,
Flegmatische, Melancholische en Cholerische temperament.
Ieder mens heeft in zijn constitutie de vier elementen in zich, maar
niet in dezelfde verhouding.
De vier elementen zijn uniek en verschillen van elkaar in kwaliteit,
maar zijn gelijk in hiërarchie en elkaar aanvullend in werking.
De combinatie Vuur en Lucht vertegenwoordigt de levenskracht,
gerelateerd aan Hart en Longen. De natuurkrachten worden uitgedrukt door
Aarde en Water, met de Lever als centrale plaats bij deze aan de
stofwisseling gerelateerde processen.
De psychische kracht is opgebouwd uit Ether en zetelt in de
pijnappelklier.
Verschillende karakterstructuren ontstaan doordat structuurelementen
elkaar compenseren, bestrijden of zich juist verenigen.
Door compensatie ontstaat een zeker evenwicht tussen contrasterende
eigenschappen. De distributie van de energie is gericht op het evenwicht
tussen deze verschillende psychische structuren.
De hoeveelheid energie neemt in principe niet af, maar wordt verplaatst
en herverdeeld. Als energie lijkt te verdwijnen, dan is deze verplaatst
naar het (collectief) onbewuste.
Symptomen vertegenwoordigen mijlpalen in het evolutionaire proces dat
gericht is op het realiseren van een potentieel inherente, ideale
persoonlijkheid. Het geheel dat voorkomt uit de oplossing en integratie
van tegengestelde elementen.
|
|