Complementaire
Natuurrijken
In geval van een goed voorschrift op één gescheiden laag of fragment,
kan op de resterende karakteristieke symptomen van de nu dominerende
totaliteit, middelen op een ander niveau, uit een ander natuurrijk en
miasma voorgeschreven worden.
Deze middelen interfereren onderling niet, omdat ze op verschillende
niveaus van de constitutie werkzaam zijn. Dit is ook direct de reden
waarom ze naast elkaar kunnen bestaan.
De voor de patiënt geïndiceerde middelen afkomstig uit de diverse
natuurrijken, kunnen verschillende rol vervullen afhankelijk van het
niveau waarop ze voorgeschreven worden.
De klassieke nosodes komen bij het afwisselen als chronisch
tussenmiddel veelvuldig voor. Toch mogen deze nooit routinematig
gegeven, maar uitsluitend als simillimum voor de huidige
ziektegesteldheid.
De duidelijkheid van de beelden is hier minder in vergelijking met een
situatie waar de levenskracht alle symptomen als een constitutionele
totaliteit van het hele organisme naar voren brengt.
Het voorschrijven op een sluimerende laag zonder dat de symptomen dit
actief en als totaliteit aangeven, houdt geen rekening met de tijdslijn
in het ontstaan van de ziekte volgen de regels van Hering.
Wanneer te vroeg op een diepere laag voorgeschreven wordt kunnen sterke
verergeringen en complicaties het resultaat zijn.
Het is goed te
realiseren dat het constitutiemiddel in het grotere individuele beeld
ook slechts een laag vertegenwoordigt, waardoor het beperkt in effect en
veiligheid is.
In geval het accent van de casus op de periferie ligt i.p.v. de
constitutie, zoals in geval van een eenzijdig ziektebeeld of
pathologisch crisis, kan een voorschrift van een diep constitutiemiddel
of anti-miasmatisch middel wel
een algemene verbetering geven, maar een lange ernstige verergering op
de ziektesymptomen als gevolg hebben. In deze situatie was de pathologie
dusdanig ontwikkeld, dat het de constitutionele symptomen verdringt,
waardoor dit de actieve laag is.
Deze reactie kan volgens de observaties van Kent duiden op een
ongeneeslijke casus, maar is mogelijk een indicatie dat een
lagenbenadering vereist is, waarbij eerst op de huidige totaliteit
voorgeschreven moet worden.
Bij deze benadering vormt het constitutiemiddel of het anti-miasmatische
middel de basis van de behandeling, waarbij de overige middelen hierbij
ondersteunend werken en de genezing versnellen. Een voorschrift van een
middel uit de cyclus, zorgt ervoor dat het beeld van het volgende middel
nadrukkelijker naar voren komt.
Wanneer een laag de constitutie domineert, moet hier eerst op worden
voorgeschreven.
Er moet in de juiste volgorde door de lagen heen gewerkt worden, wanneer
de symptomen van de constitutionele expressie terugkeren is de situatie
veel gunstiger.
Wanneer een diepwerkende middel voorgeschreven wordt en de resterende of
nieuwe symptomen op een ander (complementair) middel wijzen,
vraagt de behandeling om middelen die betrekking hebben op
oppervlakkigere niveaus. Deze niveaus vallen blijkbaar dus buiten het
werkingsgebied van dit hoofdmiddel.
Dit vertegenwoordigt dus de situatie dat naast het “goedgekozen middel”
aanvullend behandeld moet worden, om de voortgang van de genezing te
ondersteunen.
Er is geen absolute
richtlijn te geven betreffende de dieptewerking van middelen.
Zo kan een plantenmiddel wanneer het overeenstemt met het aangeboren
temperament, geestelijke en emotionele dispositie en de algemene
symptomen, diep genezend op de constitutie inwerken. In sommige gevallen
kan dit middel dat op zich als niet diepwerkend bekend is, een complexe
ziekte of chronisch miasma genezen. In ander gevallen waar het middel
minder perfect passend is heeft dit plantenmiddel assistentie nodig van
chronische tussenmiddelen of complementaire middelen van andere
natuurrijken.